een overzicht van het boek Openbaring (deel 2)

In het vorige onderwerp werd het Bijbelboek Openbaringen sche-matisch weergegeven. Hoewel ik in het vorige onderwerp beloofde dat in dit onderwerp geen tabellen zouden komen, herhaal ik wel even de ‘tijd-tabel’. Want die gaan we bespreken en dan is het fijn af en toe even omhoog te kunnen scrollen om te zien wat – wanneer gebeurt.

Openbaring1260 dgn1260 dgn gebeurtenis
Scene 1
Hfdst 4 en 5Hemelse gebeurtenissen
Hfdst 66 van de 7 zegels geopend
Hfdst 7 vers 1-8144.000 gered en verzegeld
Hfdst 7 vers 9-17‘de schare die niemand tellen kan’
Hfdst 8 vers 1-57e zegel geopend
Scene 2
de zeven bazuinen
Hfdst 8 vers 6-106 bazuinen klinken
Hfdst 11 vers 1-6dienst 2 getuigen
Hfdst 11 vers 7-102 getuigen gedood
Hfdst 11 vers 11-142 getuigen opgewekt uit de dood
Hfdst 11 vers 15-197e bazuin klinkt
Hfdst 12 vers 1-12satan nedergeworpen op aarde
Hfdst 12 vers 13-17Israël vervolgd
Hfdst 13 vers 1-10eerste beest krijgt macht
Hfdst 13 vers 11-18tweede beest krijgt macht
Hfdst 14 vers 1-5144.000 in de hemel
Hfdst 14 vers 6-11engelen prediken het evangelie
Hfdst 14 vers 12-13gelovigen gedood om hun getuigenis
Hfdst 14 vers 14-20oogst van onbekeerbare mensen
Scene 3
Hfdst 15Gods wraak voorbereid
Hfdst 16 vers 1Gods wraak voorbereid
Hfdst 16 vers 2-21Gods wraak uitgegoten (7 schalen)
Hfdst 17 vers 1-10Geheimenis Babylon
Hfdst 17 vers 11-18de hoer vernietigd
Hfdst 18 vers 1-24Babylon gevallen
Epiloog
Hfdst 19 vers 1-16terugkeer van de Heer Jezus
Hfdst 19 vers 17-21Armageddon
Hfdst 20 vers 1-3satan gebonden

Notities bij het overzicht hierboven

Het boek Openbaringen, vanaf hoofdstuk 4 tot hoofdstuk 20 vers 3 beschrijft de zeven jaren van de grote verdrukking. Deze zeven jaren worden genoemd in Daniël 9 vers 27. Het Woord van God verdeelt deze zeven jaren in twee delen: van elk 3½ jaar, 1260 dagen of 42 maanden.

Omdat er tijdens de grote verdrukking op hetzelfde moment meerdere dingen gebeuren en ook nog op meerdere plaatsen, kon Johannes dit niet in een logische volgorde zien: hij zag wat er gebeurde in de hemel en hij zag wat er gebeurde op aarde. Daarom vinden we de gebeurtenissen in Openbaring als een drama in drie aktes, met drie scenes die elk laten zien wat – wanneer – waar gebeurd.

De 7 donders

De eerste twee scenes (de zegels en de bazuinen) overlappen elkaar. De laatste scene (de schalen) vindt (op het geheimenis Babylon na) plaats in de tweede helft van de grote verdrukking. In aanvulling op de drie aktes is er nog een vierde (niet verder uitgewerkte) akte waarvan de Heer Jezus heeft besloten die niet te onthullen tot de grote verdrukking daadwerkelijk plaatsvindt. Deze vierde akte bestaat uit het klinken van de zeven donderslagen en de gevolgen daarvan op aarde. Openbaring 10 vers 3 en 4. ‘Verzegel hetgeen de zeven donderslagen gesproken hebben en schrijf het niet op.’ Niemand kan dus weten wat deze donderslagen inhouden. Merk op, dat de 7e zegel wordt geopend op hetzelfde moment als de 7e bazuin klinkt en de 7e schaal wordt uitgegoten. Deze zeven oordelen eindigen dus op hetzelfde moment.

De eerste scene

Deze scène opent met de hoofdstukken 4 tot 5 die laten zien wat elke ware gelovige (net als Johannes) zal zien, horen, en waar ze (wij!) deel van zullen uitmaken meteen na de opname (het begin van de grote verdrukking op aarde)! We lezen over het boek met zeven zegels en hoe de Heer Jezus dit boek zal openen. Elke keer als de Heer een zegel opent gebeurt er iets belangrijks op aarde. Het laat zien hoe de Heer Jezus de autoriteit heeft over alle natuurlijke processen op aarde. Hij is de Baas en geen van deze gebeurtenissen zal plaatsvinden voordat Hij beslist. Die gebeurtenissen, elke keer als de Heer een zegel verbreekt zijn de natuurlijke consequenties van de koers die de mens volgt. De rampen die over de mensen komen hebben een doel, namelijk om te zien of de mens berouw heeft en de Heer zal zoeken als deze oordelen over hen heenkomen. Hoofdstuk 7 laat zien welke gebeurtenissen op aarde plaatsvinden op hetzelfde moment als in de hemel de zegels worden geopend. Merk op, dat de verzen 1-8 onmiddellijk optreden aan het begin van de grote verdrukking, vóór de opening van de zegels. We kunnen dit ook zelf vaststellen, omdat in de verzen 1-3 expliciet vermeld staat dat de 144.000 “van alle stammen van de kinderen van Israël” zijn verzegeld VOORDAT er pijn of kwaad wordt gedaan op de aarde. Het laatste gedeelte van dit hoofdstuk (7 vers 9-17) onthult de resultaten van de prediking door de 144.000. Een grote menigte van mensen uit alle natie, geslacht, mensen, en van elke tong zal zich wenden tot de Heer om gered te worden tijdens de verdrukking als gevolg van de evangelische inspanningen van de 144.000 en de “twee getuigen” die zullen prediken in Jeruzalem. (11 vers 1-6) Dit is de vervulling van Joëls profetie in Joel 2:28-32.

De tweede scene

Deze scène opent met hoofdstuk 8 vers 1-5, als het 7e zegel geopend. De consequenties op aarde van dit zevende zegel zullen voortduren tot het einde van de grote verdrukking, die aangekondigd zal worden door? de 7e bazuin en de 7e schaal. De opening van de zevende zegel introduceert deze tweede scène met het klinken van de zeven bazuinen. Waar de zegels op aarde de natuurlijke gevolgen zijn van wat de mens doet, zijn de gevolgen van de zeven bazuinen een directe interventie van de Heer Jezus Zelf vanwege de slechtheid van de mensen op aarde. Wanneer het zevende zegel wordt geopend is er “stilte in de hemel gedurende een half uur.” Telkens weer in de Schrift wordt ons verteld dat God liefde is van aard, lankmoedig, barmhartig, vol mededogen, en bereid om te vergeven . Maar zijn geduld met de zonde is beperkt! Hij heeft “… geen behagen in de dood van de goddeloze ..,” Ezechiël 33 vers 11. Waarom is er dan “stilte in de hemel”? Omdat de Heer bijna schoorvoetend overgaat van genade en barmhartigheid naar oordeel en dood.

De eerste bazuin klinkt in 8 vers 6-7. Dit gebeurt kort na het begin van de verdrukking. Dit is aangegeven op de grafiek op dezelfde manier en we vinden ook dit terug in hoofdstuk 7 vers 1-3; dat geen schade wordt toegebracht; aan niets op de aarde, noch aan de zee, noch aan de bomen, voordat de verzegeling van de 144.000 Joodse evangelisten zich heeft voorgedaan. Zodra de eerste bazuin klinkt wordt er hagel en vuur, vermengd met bloed op de aarde geworpen; en het derde deel van de aarde verbrandt.

Komt dit door ‘fall-out’? Hoe het ook zij, vanaf dit moment tot het midden van de grote verdrukking zal er geen druppel water meer op de aarde vallen; letterlijk een 3½ jaar durende wereldwijde droogte. Vergelijk Openbaring 11:6 en Joel 1:15-20.

Merk op dat wanneer elk van deze eerste vijf bazuinen klinkt, er een oordeel komt op de aarde vanuit de hemel. Als de vijfde bazuin klinkt is de aarde letterlijk opengesteld als “een ster” uit de hemel valt. Als de zesde bazuin klinkt zal er een verschrikkelijke oorlog komen die begint in de omgeving van de rivier de Eufraat (het tegenwoordige Irak) wat zal resulteren in de vernietiging en de dood van een derde van de mensheid. In hoofdstuk 10 houdt de Heer het “boekje” open in Zijn hand. Alle zegels zijn geopend. Als de Koning der koningen maakt Hij aanspraak op de aarde en al wat daarin is het als zijn rechtmatige en wettige eigendom.

Is de apostel Johannes één van de twee getuigen?

De Heer geeft dan het “boekje” aan Johannes en zegt hem het ‘op te eten’ en dat Johannes ‘moet profeteren (prediken, getuigen) voor vele natiën en volken en talen en koningen’. Openbaring 10:11 Hieruit zou je kunnen opmaken dat Johannes zelf één van de twee getuigen is. Dat wordt nog versterkt door Openbaring 11:1 waar Johannes de opdracht krijgt om de tempel op te meten. Bedenk, dat Johannes dit visioen kreeg in 96 na Christus, wanneer de Joodse tempel al 26 jaar geleden is vernietigd! Daarom kan de genoemde tempel alleen maar verwijzen naar de eindtijd-tempel.

Er wordt tegen Johannes gezegd: ‘Sta op en meet de tempel Gods’. Het Griekse woord wat hier is vertaald met ‘opstaan’ wordt in het Nieuwe Testament gebruikt voor ‘opstaan uit de dood’. Johannes was niet dood, toen hij dit visioen ontving. Daarom wordt het bevel (niet in het visioen, maar ‘echt’) om ‘op te staan uit de dood’ gegeven? in de eindtijd, als Johannes uit de dood opstaat om één van de twee getuigen te zijn.

Overgang van het midden naar het einde van de grote verdrukking

In het laatste deel van hoofdstuk 11 vers 15-19, wordt de 7e bazuin geblazen. Dit brengt de mensheid naar het midden van de grote verdrukking, en bevestigt de claim van Christus als de rechtmatige en wettige eigenaar van de aarde en alles wat er in zit. De 7e bazuin strekt zich dan uit tot het einde van de Verdrukking net als de 7e zegel en de 7e schaal.

Passages tussen haakjes

De drie hoofdstukken 12, 13, en 14 zijn “passages tussen haakjes.” Met andere woorden, ze vullen de details van de overgang in van Scène 2 tot Scène 3.? De gebeurtenissen zoals verwoord in de hoofdstukken 12, 13, en 14 spelen zich af iets vóór het midden van de grote verdrukking tot aan het einde van de verdrukking.? In het midden van de grote verdrukking (of daar vlak bij) zal het eerste “beest” (de Antichrist) het toppunt van zijn

Het is in het midden van de Verdrukking, dat het dagelijks offer in de Joodse Tempel op zal houden. Daniel 8:13-14, Daniel 9:27.? Dit is eveneens het moment dat de “gruwel der verwoesting”, het beeld van het beest, is opgezet op de binnenplaats van de Joodse Tempel, en de vervolging van het Joodse volk begint. Deze vervolging van Israël zal voortduren tot aan het einde van de grote verdrukking.

Tezelfdertijd, op of nabij het midden van de grote verdrukking, zullen de 144.000 Joodse evangelisten verschijnen op de hemelse berg? Sion, “verlost van de aarde”.? En tegelijkertijd zendt de Almachtige God Zijn engelen die in “het midden des hemels” (de hemel boven de aarde) prediken “het eeuwige evangelie aan hen, die op de aarde wonen,”En ook op dit moment begint “de oogst van de aarde” als de onverbeterlijke en onverzoenlijke mensen sterven. Ook dit zal doorgaan tot het einde van de grote verdrukking. Openbaring 14:14-20

De derde scene

Deze scène die begint met hoofdstuk 15 vers 1-4 gaat verder waar hoofdstuk 11 vers 15-19 gestopt was. Hoofdstuk 15 is een prelude op de uitstorting van de zeven schalen van Gods toorn. In dit hoofdstuk komen zeven engelen uit de tempel in de hemel, en elke engel krijgt een schaal gevuld met de toorn van God. Deze zeven schalen van Gods toorn worden expliciet vermeld als “de laatste zeven plagen” die moeten worden uitgestort over de aarde. We zijn nu in de tweede helft van de grote verdrukking aanbeland.

Merk op dat expliciet wordt vermeld dat gedurende de tijd dat deze “laatste zeven plagen” worden uitgestort, de tempel in de hemel “gevuld is met rook uit de heerlijkheid van God en van Zijn macht”, zodanig dat niemand de tempel kon binnengaan. Dit betekent dat gedurende de tijd die nodig is om deze zeven schalen van Gods toorn uit te storten, niemand in staat zal zijn om de Troon der genade in de tempel te bereiken om genade en verlossing te krijgen. Geen enkel dan nog levend mens zal dan nog kunnen worden behouden gedurende deze laatste helft van de grote verdrukking! Dit zal een tijd worden volledig zonder genade, tijdens de uitstorting van “de toorn van God” op de mensheid die Christus heeft afgewezen.

Merk ook op dat ook de zeven schalen een directe interventie van God Zelf zijn (God de Vader) in Zijn toorn over de onverbeterlijke slechtheid van de mens. En in de eerste Bijbeltekst zien we dat die toorn ingaat tegen Gods natuur: ‘vreemd zal Zijn werk zijn; ongewoon zal Zijn daad zijn’. Gods geduld is groot maar zijn rechtvaardige toorn komt uiteindelijk. Jesaja 28:21-22 en Psalm 110:1

In hoofdstuk 16 vers 1-21 wordt elk van de zeven schalen van Gods toorn vervolgens uitgestort over de aarde gedurende de laatste helft van de verdrukking. vers 17-18 maakt duidelijk dat deze laatste schaal van de toorn wordt uitgestort tegelijkertijd met de 7e zegel en de 7e bazuin. Vergelijk hoofdstuk 8 vers 1-5 en hoofdstuk 11 vers 15-19. Met andere woorden: hiermee wordt de gehele periode van verdrukking gesloten in hoofdstuk 16 vers 21.


Passages tussen haakjes

Toch volgen er nog twee hoofdstukken, die de details vermelden van de gebeurtenissen die zich zullen voordoen gedurende de laatste helft van de Verdrukking, terwijl de schalen van Gods toorn worden uitgegoten. Dit is nodig om goed te kunnen begrijpen wat er gebeurt in de loop van de grote verdrukking. Hoofdstuk 17 gaat in het bijzonder over ‘de grote hoer, die zit aan vele wateren”. Dit is het ? “geheimenis Babylon” (het religieuze Babylon), zoals het vandaag vertegenwoordigd is in de verschillende takken van de katholieke hiërarchie. Deze oude religieuze hoer is de “meesteres” van de antichrist, die nuttig zal zijn en door hem gebruikt zal worden in zijn opklimming naar de macht. Merk op dat ze het beest rijdt in 17 vers 1-3. Maar zodra hij zijn doel om heerser over de hele wereld te worden heeft bereikt, zal hij deze oude hoer terzijde schuiven en haar geheel vernietigen, openbaring 17:16-17. Haar vernietiging zal komen op of net na het midden van de grote verdrukking, want gedurende de laatste helft van de Verdrukking zal de Antichrist geen aanbidding van iemand anders dan hijzelf tolereren. 2 Tessalonicenzen 2:3-4.

Hoofdstuk 18 spreekt van de letterlijke stad Babylon, die de hoofdstad zal zijn van de hele wereld tijdens de laatste helft van de verdrukking. Dit is NIET dezelfde stad als waarover gesproken wordt in hoofdstuk 17 vers 18. Deze stad Babylon zal blijven tot het einde van de verdrukking, nadat de stad van “de grote hoer” (Rome?) in hoofdstuk 17 wordt vernietigd in het midden van de Verdrukking. Babylon is gelegen in het huidige Irak, en wordt sinds 1972 opnieuw opgebouwd. Onmiddellijk na het begin van de grote verdrukking zal de rijkdom van de hele wereld zal worden gebruikt voor de wederopbouw van deze stad, en het zal al snel uitgroeien tot de grootste en meest aansprekende stad die ooit is gebouwd door de mens op de aarde. Niettemin, aan het eind van de grote verdrukking wordt deze hele stad en het koninkrijk van de Antichrist vernietigd in slechts “een uur” van “een dag”. Merk op dat de Heer over deze stad een dubbel oordeel zal uitstorten openbaring 18:6 vanwege alle goddeloosheid, die voort is gekomen uit haar sinds de oorspronkelijke stad werd gesticht door Nimrod, na de zondvloed.

Epiloog

Hoofdstuk 19 neemt de draad op waar 16 vers 21 was gebleven. De eerste vijf verzen van dit hoofdstuk beschreven het “Lied van de overwinning” gezongen door de heiligen in heerlijkheid na de verwoesting van Babylon op de aarde. In de verzen 6 tot 10 wordt de “vrouw” (niet meer de bruid) van Christus voorgesteld aan allen die in de hemel deelnemen aan het ‘bruiloftsmaal van het Lam.’ In de verzen 11 tot 21 worden de details van het einde van de grote Verdrukking uiteengezet als de Heer Jezus Christus terugkeert naar de aarde in glorie en triomf met “al Zijn heiligen” en al Zijn heilige engelen. Matteus 25:31

Tenslotte wordt in Openbaring 20 vers 1-3 de boze oude Satan zelf gebonden en geworpen in de bodemloze put, waar hij zal voor de komende duizend jaar blijft opgesloten, als de Heer Jezus Christus regeert over de mensheid op de aarde in Zijn rechtvaardige en vreedzame Koninkrijk. Daniel 2:44

Komende tijden

De apostel zei in Efeze 2 vers 7 “…om in de komende eeuwen de overweldigende rijkdom zijner genade te tonen naar (zijn) goedertierenheid over ons in Christus Jezus.” Beginnend in Openbaring 20 vers 4 en doorgaand tot en met Openbaring 22 vers 5, geeft de Schrift een profetisch uitzicht op de eeuwen daarna.

Het Koninkrijk

Openbaring 20 vers 2-6 verwijst kort naar het Duizendjarige Koninkrijk van de Heer Jezus Christus, wat onmiddellijk zal volgen aan het einde van de grote verdrukking periode. Wat we lezen in Openbaring 20 vers 4 is over de opstanding van de lichamen van de gelovige martelaren uit de grote verdrukking en aan hen wordt gezag gegeven om met Christus te regeren in Zijn koninkrijk. Het merendeel van de gegevens die inzicht geven in het Duizendjarige Koninkrijk zijn te vinden in de vele oudtestamentische profetieën over dit Koninkrijk. Dit is waarschijnlijk de reden waarom verdere details van het Koninkrijk nu niet worden herhaald in Openbaring.

De overgang naar de eeuwigheid

Onmiddellijk na het Duizendjarige Koninkrijk is er een overgangsperiode (Wij worden niet op de hoogte gesteld van de lengte in tijd daarvan), waarin twee belangrijke gebeurtenissen plaatsvinden. In de eerste plaats “… zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten’. Openbaring 20:7 Dit is gedaan om duidelijk te maken aan de mensheid en alle engelenscharen dat zelfs na duizend jaar opsluiting er niet het minste spoor van wroeging of berouw in het hart des kwaads van Satan te vinden is. Onmiddellijk nadat Satan ontbonden gaat hij terug naar zijn dezelfde oude boze wegen, opnieuw een poging wagend om de mensheid, de schepping van God te vernietigen. Bij deze gelegenheid zal de Heer Zich voorgoed ontdoen van Satan. Glorie aan God!

De grote witte troon

In de tweede plaats zal na de verwijdering van Satan, het oordeel voor de “grote witte troon” plaatsvinden. Openbaring 20 vers 11-15 De Grote Rechter Die zit op de troon en Die recht spreekt is de Heer Jezus Christus Zelf. Johannes 5:22 en Johannes 5:27 Beoordeeld zullen worden “de doden.” Dit zijn de onverbeterlijke goddelozen van alle eeuwen (mensen), maar ook de gevallen engelen en demonen (geestelijke wezens) die satan zijn gevolgd en hem hebben gediend. Dit zal ‘de ure’ zijn van “de opstanding ten oordeel”. We lezen in vers 15 “En wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het boek des levens, werd hij geworpen in de poel des vuurs.” Dit grote Laatste Oordeel zal alle zonde en rebellie volkomen verwijderen uit het hele Koninkrijk van God voor altijd!

De eeuwigheid

Onmiddellijk na het Oordeel voor de Grote Witte Troon zal de eeuwigheid aanbreken. De mens zal worden geplaatst in de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Die uitdrukking “nieuwe aarde” verwijst naar de zuivering, verandering en het terugbrengen in de oorspronkelijke staat van vlak na de schepping, zodat de aarde volledig zal worden “vernieuwd”. Het betekent niet dat deze planeet zal worden vernietigd en dat God zal een geheel nieuwe planeet zal creëren. Ik verwijs hiervoor naar de studie ‘de nieuwe hemel en de nieuwe aarde’.

het nieuwe Jeruzalem

In Openbaring 21 vers 9-26 tot en met Openbaring 22 vers 1-5 vinden we de beschrijving van het “Nieuwe Jeruzalem”, de hemelse stad van de Almachtige God. Deze stad zal “neerdalen uit de hemel van God,” Johannes werd uitdrukkelijk verteld dat de stad wordt ingenomen door “de bruid, de vrouw van het Lam,” Deze hemelse stad zal het eeuwige thuis en “hoofdkwartier” zijn van de verheerlijkte heiligen die, als ze komen en gaan tussen deze stad en de aarde “zij de heerlijkheid en de eer der volkeren in haar (Jeruzalem) zullen brengen. Die ‘volkeren’ zijn de bewoners van de nieuwe aarde, die volledig verlost zijn van de vloek van de zonde. Met andere woorden, die mensen zullen in hun natuurlijke lichamen zullen worden hersteld tot dezelfde ‘zondeloze, onschuldige’ staat als waarin Adam en Eva waren voor de zondeval. De herrezen en “verheerlijkte” heiligen uit de grote verdrukking zullen regeren met Christus over deze mensen in hun natuurlijke staat om te garanderen dat de mensheid nooit opnieuw zal vallen.

Afsluiting

In Openbaring 22 vers 6-21 (16 verzen) beschrijft de liefde van God voor de mensheid en de Heer Jezus nodigt mensen uit tot Hem komen voor het heil. Hij sluit vervolgens met een strenge waarschuwing dat geen mens toe mag voegen of af mag nemen van het geïnspireerde Woord van God. Johannes plaatst als laatste zijn eigen voetnoot door te zeggen: ‘Amen, kom, Here Jezus! De genade van de Here Jezus zij met allen.’





Dit is een (vertaalde) studie van pastor F.Riley

Reacties zijn gesloten.