Leert… van de vijgenboom

Leert dan van de vijgenboom deze les: Wanneer zijn hout reeds week wordt en de bladeren doet uitspruiten, weet gij daaraan, dat de zomer nabij is. Zo moet ook gij, wanneer gij dit alles ziet, weten, dat het nabij is, voor de deur. Voorwaar, Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat dit alles geschiedt. In Matteus 24 vers 32-34 (bovenstaand) spreekt de Heer Jezus over ‘de vijgenboom’. (Zie ook Marcus 13:28-29 en Lukas 21:29-33) Het voorbeeld van de vijgenboom volgt meteen na de verzen waarin de Heer profeteerde over de dingen, die in de eindtijd zullen gebeuren. Hieruit blijkt dat de Heer Jezus grote waarde hecht aan het voorbeeld van de vijgenboom.

Leert dan…..!

Let er op dat de Heer Jezus Zijn discipelen nadrukkelijk een opdracht geeft: ‘leert dan…’ Elk kind van God die weigert om dit te bestuderen en hiervan te leren, gaat dus in tegen de opdracht van de Heer Jezus. Johannes 14:21 Helaas lees je er zo gemakkelijk overheen, zonder acht te slaan op de opdracht ‘leert dan’…

Israël

Wat we leren is dat de vijgenboom het symbool is van Israël. Het is algemeen erkend door de Bijbelgeleerden, maar we vinden het ook terug in Jeremia 24:4-7 en Hosea 9:10 en het wordt vaker in de Schriften gebruikt. De ‘les van de vijgenboom’ spreekt profetisch op het opnieuw oprichten van de staat, en in bezit nemen van het land van Israël.

De zekerheid dat dit zou gebeuren wordt gegeven door de Heer Zelf als Hij zegt: De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan. Matteus 24 vers 35. Dat de vijgenboom symbool staat voor de heroprichting van Israël werd onwetend (?) bevestigd door de eerste officiële Israëlische postzegel, met daarop een vijgenboom….

Een tere loot…

Toen de staat Israël werd uitgeroepen, was het een twijgje, een tere loot, zojuist opgeschoten. Velen voorspelden dat als de Joden hun staat zouden uitroepen, dat de Arabische buurlanden hen onmiddellijk van de kaart zouden vegen. Maar dit gebeurde niet! De kleine David versloeg de grote Goliath! Op dat moment was het inwonertal van de nieuwe Joodse staat zo’n driehonderdvijftig duizend mensen. Zij moesten de strijd aanbinden tegen de Arabische landen, die bij elkaar opgeteld een inwoner aantal hadden van zo’n honderd miljoen mensen! Maar God gaf de Joden de overwinning! Prijst God!

De groei

De nieuwe staat Israël bleef een tere loot gedurende de er op volgende zeven jaren. Maar in het achtste jaar van haar bestaan begon de Here God aan hun groei te werken. In 1956 moesten de Joden strijden, de Suez kanaal oorlog’. Opnieuw, ondanks alle negatieve voorspellingen, overwon de Joodse staat door de hulp van God. De ‘tere loot’ was nu goed geworteld en begon nu goed te groeien. De bevolking begon te groeien, want Joden in andere landen begonnen in te zien dat Israël terug was om te blijven en zij besloten naar Israël te emigreren; zij kwamen ‘thuis’. Jeremia 24:6

Takken en bladeren

Elf jaar gingen hierna voorbij terwijl Israëls bevolking zich uitbreidde. In 1967 kon de hele wereld zien hoe sterk de nu jonge vijgenboom geworden was. In dat jaar vocht Israël de ‘zesdaagse oorlog’. En in die zes dagen kregen zij opnieuw de overwinning tegen de gecombineerde Arabische legers. Zij verkregen de controle over hun geliefde stad Jeruzalem, de Sinaï en de gebieden Judea en Samaria. De jonge boom had takken en bladeren gekregen.

Dit alles

Marcus 13 vers 29 en Matteus 24 vers 33 Zo moet ook gij, wanneer gij dit alles ziet, weten, dat het nabij is, voor de deur. Denk nog even aan de profetie van de Heer Jezus, waarin Hij ons zegt te leren van de vijgenboom.

Wat is ‘dit alles’? Het is altijd goed om, als we iets niet snappen, te kijken in de grondtekst. In het Grieks staat hier ‘pas’ en de letterlijke betekenis daarvan is ‘alles tegelijkertijd, op dezelfde tijd’, met andere woorden: de Heer vertelt ons dat ‘dit alles’ wat hij eerder in deze rede had geprofeteerd in deze zelfde tijd zou gebeuren. Als Israel opnieuw een staat is, als er valse messiassen verschijnen, als er sprake is van rassenscheiding, als er hongersnoden zijn, als er epidemieën of pandemieën zijn, als er zich veel aardbevingen voordoen, als mensen Joden en Christenen vermoorden in de naam van God, als er een enorme haat is tegen de Joden, als er valse profeten zijn, als de ongerechtigheid toeneemt en de liefde verkilt en dit alles tegelijkertijd, dan mogen we weten dat we vlakbij de tijd zijn dat de Heer Jezus zal terugkomen.

Nabij, voor de deur

Welke deur wordt hier bedoeld? Openbaring 4 vers 1, beschrijvend wat er gebeuren zal aan het einde van de tijd van de gemeente en het begin van de tijd van de grote verdrukking : ‘Na deze dingen zag ik, en zie, er was een deur geopend in de hemel; en de eerste stem, die ik gehoord had, alsof een bazuin met mij sprak, zeide: Klim hierheen op en ik zal u tonen, wat na dezen geschieden moet.’ Als de gemeente is opgenomen, wordt deze ‘deur van genade’ gesloten. De opname van de gemeente staat dus echt ‘voor de deur’!

Psalm 48

Israël werd als staat weer opgericht in 1948. Laten we Psalm 48 erbij nemen (die volgens sommigen correspondeert met het jaar 1948) Dit Schriftgedeelte beschrijft precies wat er gebeurde, meteen volgend op de verklaring van de oprichting van de staat Israël. Lezen we Psalm 48 vers 2 – 6 dan zien we een overeenkomst met wat er half mei en de erop volgende zomer van 1948 in Israël gebeurde: ‘ Groot is de HEER, hem komt alle lof toe. In de stad van onze God, op zijn heilige berg – schone hoogte, vreugde van heel de aarde, Sionsberg, flank op het noorden, zetel van de grote koning – in haar vesting weet men: God is onze burcht. Koningen sloten zich aaneen, samen trokken zij ten strijde. Maar wat zij zagen, verbijsterde hen, verschrikt namen zij de vlucht.’

In de Psalmen

De Psalmist voorzegde deze gebeurtenissen ongeveer drieduizend jaar voor het daadwerkelijk gebeurde. Prijst God! In dezelfde Psalm, in vers Psalm 48 vers 13, schreef de door God geïnspireerde Psalmist: ‘Gaat rondom Sion en trekt eromheen, telt haar torens, richt uw aandacht op haar voormuur, doorwandelt haar paleizen, opdat gij het aan het volgende geslacht kunt vertellen.’ Het woord ‘volgende’ is vertaald vanuit het Hebreeuwse woord ‘acharon’. Dit woord betekent letterlijk: ‘laatste’; ‘de achterste’; ‘uiterste’. Met andere woorden: dit vers zegt eigenlijk: vertel dit aan de laatste generatie. Aangezien deze Psalm duidelijk spreekt over de wederoprichting van Israël als natie, en de Heer Jezus aan deze wederoprichting refereert als aan de vijgenboom mogen we aannemen dat zowel de Heer Jezus als de Psalmist spreekt over de laatste generatie.

De laatste generatie?

Om eventuele misverstanden meteen maar uit de weg te ruimen: ‘de laatste generatie’ betekent dus niet dat er hierna geen andere generaties meer zullen komen. Dit zou in tegenspraak zijn met Gods belofte aan Noach in Genesis 9 vers 8-12. Deze ‘laatste generatie’ moet dus gezien worden in Gods plan der eeuwen. In dit plan kreeg de mens zes dagen (zesduizend jaar, 2 Petrus 3:8) om te bewijzen dat ze in staat waren om de aarde zelf te besturen. Zie o.a. Leviticus 23:3 en Deuteronomium 5:13-14. Gedurende deze periode is de mens er alleen maar in geslaagd te bewijzen dat de mensheid, zonder de aanwezigheid en directe leiding van God, een totale mislukking is. (als je me niet gelooft: lees de krant)

Tijdperk van genade en tijden der heidenen

Wij leven nu in de laatste generatie van dit tijdperk. Het tijdperk van Genade, (Efeze 3:2) sinds de Heer Jezus Zichzelf gaf als offerlam en Hij de dood overwon. Maar tegelijk leven wij in ‘de tijden der heidenen’ (Lukas 21:24) De ‘tijden der heidenen’ worden tijdens deze laatste generatie eveneens afgesloten, want toekomstige generaties zullen leven onder het directe leiderschap en regering van de Koning der koningen, de Heer Jezus! 1 Korintiers 15:57

Israël in ongeloof

In juni 1967, bijna drieënveertig jaar geleden, verkreeg Israël de controle over Jeruzalem en de Tempelberg. Op dat moment hadden ze de gelegenheid om hun tempel te herbouwen en hun verbond met God te vernieuwen. Maar door de leiders van Israël werd, als een gebaar van goede wil, de controle over de tempelberg uit handen gegeven. Israël koos niet voor geloof, Israël koos voor vredes-verdragen met de vijand. Een vijand die gezworen heeft om Israël te vernietigen en elke Jood te doden.

Israël in de grote verdrukking

Deze drieënveertig jaar heeft het Joodse volk geleefd in geestelijke blindheid, zoekend naar vrede, maar dat niet krijgend en constant gehaat en verdrukt door hun vijanden. (en tegenwoordig evenzeer door hun ‘vrienden’…) Nu, tijdens deze laatste generatie, staat Israël voor de zeven jaren van de grote verdrukking. Een grote verdrukking, waarin het volk Israël vele malen erger vervolgd en nog veelvuldiger vermoord worden zal dan het destijds de Nazi’s in Nazi Duitsland al lukte. Helaas moeten we uit de Schrift opmaken dat het grootste deel van het volk Israël gedurende deze zeven jaren zal omkomen. Maar de Bijbel zegt ons dat een klein deel van dit volk in het midden van de grote verdrukking zal vluchten en door God zal worden bewaard in de woestijn. En daar zullen zij hun God terugvinden! Zij zullen weer worden wat ze vanaf het begin zouden zijn: God’s priestervolk! En wat een geweldig moment zal het zijn als dit volk uiteindelijk in geloof haar Messias Jezus zal verwelkomen met de woorden: ‘Gezegend Hij, Die komt in de Naam des Heren!’

Reacties zijn gesloten.