de droom van een boompje

Laatst keek ik naar Family7 toen daar een voorganger was, wiens naam ik helaas niet kon achterhalen. Zijn boodschap en de manier waarop hij die bracht vond ik echter zo mooi, dat ik wil proberen het na te vertellen. ‘Te vertellen’ ja, want hij bracht de preek als een verhaal.

Er was eens (zo beginnen goede verhalen altijd) een kleine amandelboom. Hij was ontstaan doordat de kweker de amandelpit uit liet lopen en het daarna voorzichtig in de grond zette. Van kleins af aan mocht de amandelboom zich verheugen in de speciale belangstelling van de kweker en de kleine boom ging steeds meer houden van de kweker. Hij kreeg geregeld extra voeding en voldoende water. Doordat het boompje zo goed verzorgd werd groeide het voorspoedig. En omdat het van de kweker hield nam het zich voor: ‘als ik groot ben zal ik rijke vrucht dragen voor mijn kweker, zodat hij blij zal zijn en trots op mij!’

Enkele jaren gingen voorbij en het waren gelukkig jaren voor het boompje. Om extra snel te groeien rekte zij zich dagelijks zo ver mogelijk naar boven uit, waar de zon zijn blaadjes verwarmde. Het boompje was er trots op dat hij zo snel groeide en dat zijn stam zo mooi recht was. En steeds moest hij weer denken aan de rijke amandeloogst die hij eens zou geven.

Op een dag kwam de kweker op zijn normale ronde langs zijn planten en boompjes en hij had een groot kapmes bij zich. Alle bomen en struiken zagen het en er werd wat angstig over en weer gemompeld. Welke boom of welke struik zou gesnoeid worden? Die kleine vijgeboom die nu al zo krom groeit? Of de wijnrank, die wat wild groeit? Blij en voldaan en volkomen op zijn gemak zag de amandelboom de kweker naderen. Hèm zou immers niets gebeuren; zijn stam was mooi recht en hij groeide goed. Meer dan eens had de kweker zachtjes met hem gesproken en hem aangemoedigd verder te groeien.

Toen de kweker dan ook zijn kapmes pakte en, toen hij bij de amandelboom aankwam, het amandelboompje stevig beetpakte en met een flinke haal een grote tak afkapte, was het boompje ontsteld, geschrokken en zeer verbouwereerd. Au!! Dat deed zeer! De kweker gromde tevreden in zijn baard. ‘Zo, dat is beter kleine boom’ zei hij. Hij keek nog eens kritisch en kapte vervolgens een tweede grote tak weg. ‘Nou ben ik klaar’ zei hij en hij vervolgde zijn weg.

Het boompje bleef angstig, ontroostbaar en vreselijk geschrokken achter. De andere bomen en struiken fluisterden met elkaar: wat zou het amandelboomje verkeerd gedaan hebben? Het amandelboompje zelf wist het niet; hij wilde niets liever dan zijn best doen en later rijke oogsten geven aan de kweker.

De wonden genazen en de kweker kwam voortaan gewoon weer het boompje verzorgen zoals voorheen. En het boompje: ach, hij hield van de kweker en vergaf hem, dat hij de takken had afgekapt. Opnieuw rechtte het boompje trots zijn stam en verder groeide hij. Waarom de kweker zijn takken had afgekapt wist hij niet, maar hij probeerde er niet meer aan te denken en richtte zich weer op zijn droom om eens vele amandelen te kunnen geven aan de kweker.

Na lange tijd pakte de kweker de stam van het boompje en bekeek hem peinzend. ‘Mooi recht’ sprak hij waarderend. Het boompje gloeide van trots! De kweker bevoelde de stam en bromde tevreden: ‘onderaan de polsdikte van een volwassen man en bovenaan de polsdikte van een kind’. Daarop pakte hij (tot afgrijzen van het boompje) zijn kapmes en begon methodisch alle takken af te kappen. Het boompje raakte helemaal in paniek: hoe kon hij nu ooit nog een rijke oogst geven als al zijn takken waren afgekapt? Maar de kweker ging onverstoorbaar verder.

Met enkele harde slagen kapte hij de hele stam af. Die pakte hij, zette hem tussen zijn voeten en hij begon de stam te schillen. Ben je wel eens levend gevild? Zo voelde het in elk geval voor het boompje. Juist de man, die altijd zo goed voor hem had gezorgd, en van wie hij het nooit zou verwachten, had hem gekapt en schilde nu de hele schors weg. Toen de kweker klaar was, hield hij een zielige, naakte en vochtige stok in zijn handen. Hij stond op en kuierde naar het veld, waar de zon onbarmhartig brandde. Daar legde hij de stam neer op een grote steen en hij ging weg.

Het boompje had zich nog nooit zo verlaten en verraden gevoeld. Hij snapte niets van de kweker, die hem zo onbarmhartig had behandeld. De zon scheen fel en het stammetje droogde al snel uit. ‘zó wordt je hout harder’ riep een passerende sprinkhaan, die het boompje zag lijden. ‘gedroogd hout is keihard; levend hout niet!’. De volgende dag kwam de kweker en hij draaide het boompje om, zodat de andere kant aan de brandende zon werd blootgesteld.

Toen de kweker de dag daarna weer terugkwam had het boompje alle hoop verloren. Zijn stam was compleet uitgedroogd; hoe zou hij ooit nog leven… Maar de kweker pakte hem op, en draaide hem onderstboven, met de dunne kant onder en de dikke kant boven. Tevreden bekeek de kweker de stam. ‘Zo’ sprak hij tevreden, ‘dat is een mooie staf geworden’.

De woorden echo’den na. Een staf… En toen begreep het boompje waarom hij al die kwellingen had moeten doorstaan. En het boompje dacht: ‘het was mijn droom om mijn kweker rijke oogsten te geven, maar als hij wil dat ik een staf wordt, dan zal ik een goede staf voor hem zijn. Als hij wankelt, zal ik hem steun geven en ik ben er trots op dat ik deze taak mag vervullen voor mijn kweker!’

Jaren gingen voorbij. Jaren, waarin het boompje tot zijn grote blijdschap dagelijks de hand van de kweker ervoer. De kweker trok door de woestijn en de grote hitte deed het boompje nu geen kwaad meer. Hij was al helemaal uitgedroogd en was super blij en trots vanwege zijn nieuwe status. Toen, op een dag, kwam de kweker samen met allemaal andere mannen. En er gebeurde iets vreemds: ze kwamen bij elkaar staan en gooiden toen allemaal hun staf op de grond. Het boompje begreep er niets van, totdat… een vreselijke gedachte in hem opkwam. ‘allemaal hout, op een grote hoop gegooid… dat… dat moet toch haast betekenen… een kampvuur???!!’ Hij zou verbrand worden!!!

Na de eerste schrik kwam de volgende gedachte in het boompje op: ‘mijn kweker wilde geen oogst, (mijn grote wens) maar hij wilde een staf. Ik heb mijn best gedaan om hem te dienen. En nu… als mijn kweker het koud heeft, dan ben ik blij en trots als ik hem door het vuur warmte mag geven!’. Maar het gebeurde niet. Tot verbazing (en opluchting) van het boompje werden alle staffen weer opgepakt en met een snelle handbeweging achter een gordijn neergezet. Afgedankt, zo voelde het boompje zich. Weggedaan, niet meer nodig. Niet meer de hand van de kweker, die hem vasthield en die op hem steunde.

De volgende morgen voelde het boompje zich echter geweldig. Eigenaardig; zijn droom van vroeger gloeide weer door hem heen. Ach, eens te bloeien en vrucht te dragen… Toen werd het gordijn opzij geschoven en een hand strekte zich uit om hem te pakken. Toen hij in het daglicht kwam klonken om hem heen kreten van verbazing en bewondering. Want bovenaan de stam was een tak gegroeid in die ene nacht. En die tak was zwaar beladen met bladeren, bloesem en rijpe vruchten.

Nu denk jij, lezer, misschien dat dit een raar sprookje is.
Maar niets is minder waar.

Numeri 17 vers 21-23*

Nadat Mozes dit aan de Israëlieten had overgebracht, gaf ieder van de stamhoofden hem een staf, twaalf bij elkaar; daaronder was er ook een voor Aäron. Mozes legde de staven voor de HEER, in de tent met de verbondstekst. Toen hij de volgende dag de verbondstent binnenging, zag hij dat de staf van Aäron, de staf van de stam Levi, in bloei stond. Er waren knoppen ontsproten en bloemen ontloken, en de staf droeg rijpe amandelen.

* (NBV) (let op: bij andere vertalingen kunnen de versnummers verschillen)
De eerste tak

Misschien herken jij dit verhaal in je eigen leven. Misschien was je net als dat amandelboompje: blij en trots op het werk wat je voor de Heer Jezus mag doen, de levende getuigenis die je mag zijn. En dan, als donderslag bij heldere hemel, gebeurt er iets wat je diep en pijnlijk raakt. En je snapt er niets van: wat heb je fout gedaan? Waarom laat de Heer dit toe in jouw leven?

Maar je komt er over heen, hoewel je nu een litteken in je hart hebt. Maar je wilt je vertrouwen in de Heer Jezus niet loslaten en met hernieuwde moed geef je je over aan opnieuw leven voor de Heer; getuigen, dienen, helpen, Bijbel lezen en toepassen in je leven. En je merkt hoe de Heilige Geest je stuurt en je krijgt een nieuw inzicht: misschien had ‘dat erge’ een doel in je leven!

De tweede tak

Maar dan gebeurt er weer iets, wat je niet aan zag komen. Opnieuw krijg je een geestelijke dreun te verwerken en weer weet je niet wat je fout gedaan hebt. Je spreekt erover met je broeders en zusters in Christus, maar ze kunnen je niet verder helpen. En in de ogen van sommigen van hen meen je zelfs twijfel te zien: heb jij niet een geheime zonde??

Omgehakt

Zelf denk je daar ook aan. Je bidt en smeekt de Here om je te laten zien waarom je deze straf krijgt. Maar de hemel blijft dicht, antwoord blijft uit. Je vrijmoedigheid lijdt eronder. Dan komt het plotseling overlijden van iemand, die je zeer dierbaar was. Veel te jong overleden. Waarom??? Het lijkt, alsof er een spel gespeeld wordt en jij en jouw naasten zijn er de dupe van. Meteen vraag je vergeving voor die lelijke gedachten, maar de twijfel blijft.

Ontschorst

Maar de Heer heeft jou gekneed in de vorm die jij moet hebben. Hij is de pottenbakker; zou de pot protesteren? Misschien hebben de problemen in je leven er wel voor gezorgd dat je je taken in de kerk neer hebt moeten leggen. Je voelt je een consument in de kerk. Je bent nauwelijks nog een getuige; hoe zou je kunnen getuigen over de liefde van de Heer Jezus als je Hem niet begrijpt?

Gedroogd en je bent gereed voor jouw taak!

Maar dan komt de dag dat je de ogen worden geopend. Dat je ziet wat de Heer met jou voor ogen had. En dat is niet wat jouw oorspronkelijke idee was. Jij wilde getuigen, dienen in de kerk, leven voor Christus. Maar je bent veranderd. En nu kun je mensen aanspreken die naar je luisteren zullen, want jij hebt dezelfde tegenslagen gekend als zij. Je hebt nederigheid geleerd en wijsheid vergaard.

Toch nog bloei!

En weet je: jouw droom van een rijke oogst door jouw levend getuigenis? Ach, God kan zelfs een verdorde uitgedroogde staf die al jaren geleden was omgehakt laten bloeien en vrucht dragen! Ook jij wordt gebruikt en je mag vrucht dragen zoals je wens was, als je een kind van God bent en je de pottenbakker Zijn gang laat gaan, ook als je het niet begrijpt!





Reacties zijn gesloten.