de opgestane Heer

“Want wij zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten, die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt, naar de kracht, waarmede Hij ook alle dingen Zich kan onderwerpen.”

Filippenzen 3 vers 20-21

de kruisiging

Job had ongelijk…

Elke ware gelovige weet dat de Heer Jezus Christus in deze wereld kwam als gevolg van de overschaduwing van de Joodse maagd Maria door de Heilige Geest van God. Matteüs 1 vers 18-23, Lukas 1 vers 26-35. Omdat zijn moeder een mens was, was ook de Heer Jezus een mens, met het lichaam van een mens, maar omdat de Heilige Geest Zijn Vader was, had Christus geen “zondige natuur” (de ‘Adam-natuur’) ontvangen. Romeinen 5 vers 12. Christus Jezus was daarmee Gods antwoord op de retorische vraag die Job eeuwen daarvoor stelde: “Komt ooit een reine uit een onreine – niet één.” Job 14 vers 4. Job zat echter fout in zijn veronderstelling. Maria was een afstammeling van Adam en had daarom haar eigen “zondige natuur” doorgekregen van Adam. Niettemin koos God in Zijn grote wijsheid ervoor om het ongerepte lichaam te gebruiken van Maria, om Zijn zondeloze Zoon en de Verlosser van de mensheid in deze wereld te brengen.

Jezus Christus: werkelijk mens

Christus Jezus, geboren uit Maria, leefde en groeide op als de zoon van Maria. Nergens in de Bijbel lezen we dat Jezus de zoon was van Jozef, hoewel het ongelovige Joodse volk Hem wel als zodanig beschouwde. Mattheüs 13 vers 55, Lucas 3 vers 23, Johannes 6 vers 42. Wat de Bijbel ons leert is dat Christus Jezus een echt mens was, levend in een natuurlijk menselijk lichaam, een lichaam dat onderhevig was aan zwakte en ziekten, emotionele hoogte-en dieptepunten en gevoelens van vreugde en verdriet, precies zoals wij mensen dat ervaren. Hebreen 4:15

Jezus Christus: de Losser

Dit verandert niets aan de waarheid dat Hij “Immanuël” was, de “Zoon van God” en daarom God in mensengedaante. Jesaja 7 vers 14, Johannes 3 vers 16. Het is echter overduidelijk dat Christus niet in de wereld was gezonden in Zijn hoedanigheid als God. De Heer Jezus kwam als de zondeloze tweede Adam, om vrij te kopen wat de eerste Adam had verloren door zijn ongehoorzaamheid aan God.

Geen superman, geen macho

In Zijn menselijke gedaante was de Heer Jezus geen lange, knappe en gespierde man. Integendeel, de Schrift geeft aan dat Zijn verschijning niet echt iets bijzonders was: “hij had gestalte noch luister, dat wij hem zouden hebben aangezien, noch gedaante, dat wij hem zouden hebben begeerd.” Jesaja 53 vers 2

Een man, vertrouwd met ziekte en verdriet.
“Hij was veracht en van mensen verlaten, een man van smarten en vertrouwd met ziekte, ja, als iemand, voor wie men het gelaat verbergt; hij was veracht en wij hebben hem niet geacht. Nochtans, onze ziekten heeft hij op zich genomen, en onze smarten gedragen; wij echter hielden hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte.” Jesaja 53 vers 3-4

Het lijden en de kruisiging van Christus

De vier evangeliën geven ons een diepgaande beschrijving van het lijden van Christus in de aanloop naar zijn kruisiging. Hij werd vastgebonden aan een paal en gegeseld met een Romeinse gesel totdat het vlees van zijn rug, zijn ruggengraat, schouders, botten en ribbenkast grotendeels was kapot geslagen.

martelingen

De Romeinse soldaten vlochten ook een kroon van doornen en plaatsten die in spot op het hoofd van de Here Jezus Mattheüs 27 vers 29 terwijl ze voor Hem bogen. Marcus 15 vers 17-18, Johannes 19 vers 2-3. De soldaten namen vervolgens de stok die zij als namaak scepter hadden gebruikt en de sloegen de Heer daarmee op het hoofd, waardoor de doornenkroon in de hoofdhuid en oren drong. Mattheüs 27 vers 30 Mark 15 vers 19. Dit heeft ondraaglijke pijn veroorzaakt en nog veel meer bloedverlies. De Romeinse soldaten bespuwden Hem en sloegen Hem met hun vuisten. Johannes 19 vers 3

De passage in Jesaja 50 vers 6 zegt:“Mijn rug heb ik gegeven aan wie sloegen, en mijn wangen aan wie mij de baard uittrokken; mijn gelaat heb ik niet verborgen voor smadelijk speeksel.”

ondenkbaar leed

Wat de Hebreeuwse tekst letterlijk aangeeft is dat een grote gespierde Romeinse soldaat de Heer Jezus greep in Zijn baard en Hem zó heen en weer schudde tot Zijn vlees letterlijk los scheurde van Zijn gezicht. De huid kwam los van zijn kaakbeenderen en tanden. Dit misbruik van de Here Jezus is de reden waarom de profeet Jesaja schreef: “Zoals velen zich over u ontzet hebben – zozeer misvormd, niet meer menselijk was zijn verschijning, en niet meer als die der mensenkinderen zijn gestalte” Jesaja 52 vers 14

voor ons mishandeld en gedood

ten diepste vernederd

De tranen springen in mijn ogen. Waarom werd dergelijk afschuwelijk misbruik in de handen van Zijn duivelse ontvoerders toegestaan? Alleen vanwege Zijn liefde voor jou en mij! De Heer Jezus werd, in tegenstelling tot wat kunstenaars, Hem op hun schilderijen voorstellend, hangend aan het kruis met een doek gewikkeld om zijn lenden, daadwerkelijk poedelnaakt aan het kruis genageld. De vernedering werd zo ver mogelijk doorgevoerd.

als een lam

De Heer Jezus was niet genoodzaakt om dit afschuwelijke lijden of deze schandelijke behandeling te doorstaan. Op het moment van zijn arrestatie in Gethsemane vertelde Hij aan Petrus dat Hij tot de Vader zou kunnen bidden, en dat de Vader Hem dan “meer dan twaalf legioenen engelen” zou sturen om Hem te ontzetten. Mattheüs 26:53. Waarom vroeg de Heer daar niet om? Als de Heer Jezus zo’n machtige demonstratie van Zijn Godheid had gegeven en Zijn vijanden had ontwapend en verslagen, dan was de Heer niet als Lam van God geofferd en had Hij geen verlossing kunnen geven. Daarom hield Hij Zich stil ondanks vernederingen en martelingen. Daarom wilde Hij geen hulp. Zijn liefde voor de verloren mens was zoveel groter.

“Hem, die geen zonde gekend heeft,
heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt,
opdat wij zouden worden
gerechtigheid Gods in Hem.”

2 Korinthe 5 vers 21

Het herrijzenislichaam

“Daarom verheugt zich mijn hart en juicht mijn ziel, zelfs mijn vlees zal in veiligheid wonen; want Gij geeft mijn ziel niet prijs aan het dodenrijk, noch laat Gij uw gunstgenoot de groeve zien.”

Psalm 16 vers 9-10

Dit is een Psalm van David en het lijkt te gaan over David zelf. Maar lezen we Handelingen 2 vers 25 begint met “…Want David zegt van Hem: Ik zag de Here te allen tijde voor mij; want Hij is aan mijn rechterhand, opdat ik niet wankelen zou.” en dan volgt hetzelfde deel uit de genoemde Psalm. We zien het nader uitgewerkt in Handelingen 13 vers 34-35 “En dat Hij Hem uit de doden heeft opgewekt, zonder dat Hij weer tot ontbinding zal wederkeren, heeft Hij aldus gezegd: Ik zal U het heilige van David geven, dat betrouwbaar is; en daarom zegt Hij ook in een andere psalm: Gij zult uw Heilige geen ontbinding doen zien.“

Het lichaam van de Heer Jezus bij Zijn opstanding was hetzelfde menselijk lichaam waarin Hij was geboren, opgegroeid, leefde en stierf in bij Zijn kruisiging. Het lichaam van Christus rustte in hoop. Waarom? Omdat de ziel van Christus niet is achtergelaten in het dodenrijk. Integendeel, de ziel van Christus kwam terug uit het dodenrijk en kwam terug in Zijn lichaam voor er sprake was van ontbinding van Zijn vlees.

De littekens in Zijn Lichaam

Dat de Heer Jezus na Zijn opstanding nog steeds hetzelfde lichaam had wordt bewezen door het feit dat zijn herrezen lichaam de sporen van Zijn lijden en de kruisiging droeg. Na Zijn opstanding verscheen Hij aan Zijn discipelen en “… toonde hen Zijn handen en Zijn zijde” Johannes 20 vers 20. De littekens of doorboringen waren nog steeds daar in Zijn handen en voeten, en waar de Heer met een speer was gestoken was het zichtbaar. We zien het ook als de Heer verschijnt aan Thomas. Zijn lichaam was nog steeds hetzelfde lichaam als waarin Hij woonde en stierf. Het oude lied is zo waar: “Ik zal Hem kennen, ik zal Hem kennen als ‘k verlost daar zal staan aan Zijn zij; ‘k zal Hem kennen aanZijn handen, doorboord ook voor mij!”

 
Een echt fysiek lichaam

De Heer Jezus keerde niet terug naar Zijn vroegere positie in de hemel als Christus in een spirituele vorm. De Here Jezus zelf, na Zijn opstanding verscheen aan Zijn discipelen en expliciet vertelde hen:“Waarom zijt gij ontsteld en waarom komen er overwegingen op in uw hart? Ziet mijn handen en mijn voeten, dat Ik het zelf ben; betast Mij en ziet, dat een geest geen vlees en beenderen heeft, zoals gij ziet, dat Ik heb.” Lucas 24 vers 38-39 Het lichaam van de opgestane Heer was Zijn eigen fysieke lichaam waarin Hij was geboren, leefde, en diende en waarin Hij werd gekruisigd. Zijn lichaam had veranderingen ondergaan, maar het was nog steeds zijn eigen fysieke lichaam.

Een veranderd lichaam

De opgestane lichaam van Christus was inderdaad precies hetzelfde lichaam waarin hij had geleefd, maar tijdens het proces van opstanding waren er enkele wijzigingen aangebracht. Het opgestane lichaam van Christus was niet meer in dezelfde mate “ontsierd” als toen Hij werd gekruisigd. De huid die werd afgeslagen door de Romeinse gesel, was kennelijk volledig vervangen. Zijn gezicht, bont en blauw geslagen en de baard uitgetrokken, was ook volledig gerestaureerd.

Een verheerlijkt lichaam

Het opgestane lichaam van Christus is “verheerlijkt” door de Hemelse Vader. Dit betekent simpelweg dat de Heer alle kenmerken en eigenschappen had die oorspronkelijk waren gepland voor de hele mensheid, toen Hij Adam schiep. Zo’n “verheerlijkt” lichaam is perfect. Het kan niet sterven, het kan niet worden vernietigd, niet ziek worden of oud en zwak worden. De Bijbel vermeldt dat ‘het vlees’ van hen die berouw hebben getoond en hun geloof in Christus hebben geplaatst zal worden “Zijn vlees zal frisser worden dan het was in de jeugd; hij zal tot de dagen zijner jonkheid wederkeren.” Job 33 vers 25. Dit is wat er gebeurde met Christus, toen de Vader Hem uit de dood liet opstaan en het zal zijn wat er gaat gebeuren met elke ware gelovige. Het opgestane lichaam van Christus is ‘verheerlijkt’ door Vader God, net zoals de lichamen van alle ware gelovigen zullen worden op het moment van onze eigen opstanding en opname.

Geen beperkingen

De Bijbel zegt nadrukkelijk dat wij met onze huidige natuurlijke lichamen ongeschikt zijn voor de hemel: “vlees en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet beërven” 1 Korintiërs 15 vers 50. Waarom? Omdat het een natuurlijk lichaam is, dat zowel sterfelijk als verderfelijk is, met een zondige natuur en dus onderworpen aan de zonde, dood en verval. Voor ons mensen, om ooit de hemel te kunnen ingaan, zal ons lichaam moeten worden aangepast en gemaakt zoals het verheerlijkt opstandingslichaam van onze Heer.

“de doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden. Want dit verderfelijke moet onverderfelijkheid aandoen, en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen.”

1 Kor 15 vers 52-53

leeg graf 1

Bijzondere eigenschappen

De Heer Jezus kon in Zijn menselijke lichaam de wind en de golven bevelen en zij gehoorzaamden Hem. Marcus 4 vers 39. Hij kon de vis aanspreken en die zou Hem gehoorzamen. Matteüs 17 vers 27. Deze dingen zijn slechts een deel van de heerschappij die oorspronkelijk gegeven was aan Adam en die hij verloor door God niet te gehoorzamen, maar Christus kwam om de mensheid geheel en al te herstellen. Het opgestane lichaam van Christus kon de uitgestrektheid van de ruimte passeren, en Hij kon het doen zonder een raket of ruimtepak. In feite kon hij in een oogwenk van de tijd door de ruimte gaan.

Na Zijn opstanding verscheen Hij eerst aan Maria Magdalena en vertelde haar Hem niet aan te raken, want Hij was nog niet opgevaren naar de Vader in de hemel. Johannes 20 vers 17. Maar een korte tijd later verscheen Hij de beide Maria’s “Zij naderden Hem en grepen zijn voeten en zij aanbaden Hem.” Matteüs 28 vers 9. In die korte tijdspanne was Christus blijkbaar opgevaren naar de Vader in de hemel en had Hij Zijn eigen dierbaar bloed voor de verlossing van allen die in Hem geloven gepresenteerd aan de Vader. Zijn offer werd ontvangen en door de Vader aanvaard en Christus keerde terug naar de aarde en ontmoette de twee Maria’s die zich haastten om de discipelen te vertellen dat Hij was opgestaan en leefde. Christus verscheen toen aan de grotere groep van de discipelen plotseling in hun midden in een ruimte waarvan de deuren gesloten waren. Die gesloten deuren betekenden niets voor de Heer. In Zijn herrezen lichaam was hij in staat om door te dringen en deuren, muren, plafond, of enige andere vaste objecten te passeren.

Nog steeds een menselijk lichaam

Het feit dat het opgestane lichaam van Christus Jezus nog steeds een menselijk lichaam is kan niet ontkend worden als men werkelijk de Schrift gelooft. Zo’n 30 jaar nadat de Heer Jezus terug was gegaan naar de Vader in de hemel schreef de apostel Paulus, gedreven door de Heilige Geest: “Want er is één God en ook één middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus” 1 Timoteüs 2 vers 5. De Heer Jezus legde Zijn menselijkheid niet af na Zijn opstanding. Hij leeft nog steeds in Zijn “verheerlijkt” menselijk lichaam en is de ‘Mens’ die fungeert als de ‘Middelaar’ tussen God en mensen.

Hij weet wat wij doormaken!

Omdat de Heer Jezus tijdens Zijn persoonlijke bediening als mens leefde begrijpt Hij de mens en heeft Hij medelijden met onze zwakheden. “Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medevoelen met onze zwakheden, maar een, die in alle dingen op gelijke wijze (als wij) is verzocht geweest, doch zonder te zondigen.” Hebreeën 4 vers 15. De Heer belooft Zijn Gemeente: “Ik zal u geenszins begeven, Ik zal u geenszins verlaten.” Hebreeën 13 vers 5 “En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld.” Matteüs 28 vers 20.

Het antwoord op de vraag…..

“Maar, zal iemand zeggen, hoe worden de doden opgewekt? En met wat voor lichaam komen zij?” 1 Korintiërs 15 vers 35. Wat is het antwoord op deze vraag? Het antwoord op deze vraag moet duidelijk zijn voor alle lezers met geestelijk onderscheidingsvermogen. “Want wij zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten, die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt, naar de kracht, waarmede Hij ook alle dingen Zich kan onderwerpen.” Filippenzen 3 vers 20-21

De opname

De komst van Christus Jezus in de lucht om Zijn Gemeente te doen herleven en wegrukken staat voor de deur. Wanneer Hij komt zullen alle ware Nieuwe Verbond gelovigen zal worden opgenomen, de Heer tegemoet in de lucht. “Want dit zeggen wij u met een woord des Heren: wij, levenden, die achterblijven tot de komst des Heren, zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan, want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here wezen.”

1 Tessalonicenzen 4 vers 15-17

Wie maken deel uit van die opname?

Het lidmaatschap van een kerk; het trouw bijwonen van kerkdiensten, een hoogstaand moreel leven of een belijdenis wat niet meer was dan een examen op de catechisatie: het zal je niet redden, tenzij je Jezus Christus werkelijk hebt aangenomen als je Verlosser.

“indien gij met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is,
en met uw hart gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt,
zult gij behouden worden”

Romeinen 10 vers 9

Amen, kom, Here Jezus!





Reacties zijn gesloten.