Een boodschap met een boodschap


Boven het hoofd van de gekruisigde Christus was aan het kruis een bord bevestigd. Wat was dit voor bord en waartoe diende het? De Romeinen noemden zo’n bord een ‘titules’ en het diende om de omstanders te laten zien vanwege welk feit de gekruisigden waren veroordeeld. Er op stond dus waaraan men schuldig was bevonden. Zo’n bord werd ook meegedragen in de optocht naar de executieplaats en aldaar aan het kruis bevestigd. We lezen dit ook in Matteüs 27:37 “En boven zijn hoofd brachten zij op schrift de beschuldiging tegen Hem aan.” Ook dit bord was aangebracht in opdracht van Pontius Pilatus. Het bracht de hogepriesters ertoe meteen dringend te protesteren bij Pilatus, maar die had genoeg van hen, die schriftgeleerden die hem in de positie hadden gebracht dat hij een onschuldig mens moest veroordelen en Pilatus weigerde kribbig iets aan de tekst te veranderen: “Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven.”

Wat stond er op?

Waarom maakten de hogepriesters zich zo druk om dat bord? Het ging hen er om, om Jezus te laten kruisigen en dat was hen gelukt, waarom dan neuzelen over zo’n bord? Wat stond er op dat bord dat de hogepriesters zich er zo aan stoorden? Aangezien Pilatus zelf Jezus als ‘onschuldig’ had betiteld is het interessant om te zien welk strafbaar feit er nu eigenlijk op dat bord stond. Het opschrift luidde “dit is Jezus, de Koning der Joden”. Volgens het evangelie naar Johannes stond er meer volledig: “Jezus uit Nazareth, koning van de Joden”. Iets echt strafbaars was er niet; Pilatus zei het en schreef het. Maar toch: waar maakten de hogepriesters zich zo druk om? Dat was vanwege twee verschillende dingen.

Uit Nazareth

Er stond dat Jezus uit Nazareth kwam. In het woord “Nazareth” zit het woord “nazar” (of “nezer”) wat “Spruit” betekent. Nazareth was ‘de stad van de spruit’. De schriftgeleerden kenden Gods Woord heel goed. Ze wisten wat de Schriften zeiden over de spruit: “Zie, de dagen komen, luidt het woord des Heren, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; die zal als koning regeren en verstandig handelen, die zal recht en gerechtigheid doen in het land.” Jeremia 23:5 (zie ook Jeremia 33:15, Zacharia 3:8 en Zacharia 6:12-13) De schriftgeleerden wisten dat die ‘spruit’ de Messias was Wiens komst door de Schriften was voorzegd. Ze moeten ook geweten hebben dat de Heer Jezus was geboren in Bethlehem: “En gij, Betlehem Efrata, al zijt gij klein onder de geslachten van Juda, uit u zal Mij voortkomen die een heerser zal zijn over Israel en wiens oorsprong is van ouds, van de dagen der eeuwigheid.” Micha 5:2 Zowel aan Bethlehem als aan Nazareth konden zij zien Wie de Heer Jezus was. Zij kenden de betekenis van de naam van de Heer Jezus: Yeshua (betekenis in Hebreeuws is ‘Jahweh is redding’ of ‘hulp van JHWH’). Hoe verduisterd moet hun denken zijn geweest dat hun ogen niet open gingen toen zij aan het kruis ‘uit Nazareth’ zagen staan, maar dat ze zich alleen ergerden! De Spruit was gekomen en zij hadden het niet willen zien.

Vier woorden: 1 Naam!

De schriftgeleerden eisten dat er zou staan “Deze man heeft beweerd: Ik ben de koning van de Joden”. Wat maakt dat uit? Veel. De tekst op het bord stond er in drie talen, want Jeruzalem was een internationale stad. Het stond er in het Grieks (‘Iesous ho Nazoraios ho Basileus toon Ioudaio’) in het Latijn (‘Iesus Nazarenus, Rex Iudaeorum hier komt de afkorting INRI vandaan) en in het Hebreeuws: Yeshua HanozriVemelech Hajehudim. De schriftgeleerden spraken, schreven en studeerden in het Hebreeuws en het moet hen pijnlijk getroffen hebben dat de beginletters zijn Y (Yod), H (He) V (Vav) H (He) oftewel: YHVH ofwel JHWH, de naam van God, de “Ik ben die Ik ben”.

Zij zagen Wie daar aan het kruis werd omgebracht.



bord aan het kruis