De historische nauwkeurigheid van de Bijbel

“Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering,
tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing,
die in de rechtvaardigheid is…”

(2 Timotheüs 3:16)

druiven in Egypte? Jazeker!

druiven in Egypte? Jazeker!



Wie schreef de Bijbel?

De Bijbel is geschreven door mensen, die door de Heilige Geest werden geïnspireerd. Op die manier was het God Zelf, Die het Woord van God schreef. De Here God dicteerde de Bijbelboeken niet exact, maar inspireerde de schrijver. Het Griekse woord ‘biblia’ (wat betekent ‘boeken’) is onze Bijbel. Een complete bibliotheek met zesenzestig boeken die door ongeveer veertig mannen geschreven zijn. Zij hadden beroepen als profeet, priester, belastinginner, visser, tentmaker, herder of arts. Hoewel we de schrijfstijl van de schrijvers kunnen herkennen, vormen de 66 boeken één consistent geheel vormen.

Betrouwbaarheid

Als de Bijbel door de Heilige Geest geïnspireerd is, moet de Bijbel ook 100% accuraat zijn. Als aan de betrouwbaarheid van de Bijbel wordt getwijfeld kan het geen adequate gids zijn voor de mens. Dus werd de Bijbel in de loop der eeuwen door tegenstanders aangevochten omdat bepaalde zaken niet te bewijzen waren. In onze tijd hebben we meer geschiedschrijving, middelen en mogelijkheden en daardoor zien we nu bewijzen die vroeger niet gezien konden worden en kunnen we zien dat de Bijbel geheel en al betrouwbaar is en wel zó betrouwbaar als geen ander boek. Keer op keer werd de Bijbel op de proef gesteld en keer op keer bleek de historische betrouwbaarheid van de Bijbel. Archeologie is de studie van relieken, monumenten, graftombes, voorwerpen en restanten van huizen, dorpen en steden waardoor antieke beschavingen zichtbaar werden.

Druiven in Egypte?

In Genesis 40 lezen we hoe Jozef de droom van de farao’s schenker interpreteerde. In die droom worden druiven genoemd. Een historicus van eeuwen geleden, Herodotus, stelde dat de Egyptenaren geen druiven kenden, laat staan wijngaarden hadden. Zij dronken dus ook geen wijn. Velen begonnen door de uitspraken van Herodotus vragen te stellen over de betrouwbaarheid van de Bijbel. Echter: schilderingen die werden ontdekt in eeuwenoude Egyptische tombes toonden het snoeien en cultiveren van wijngaarden en het proces van het extraheren van het sap van druiven, evenals scènes van dronkenschap. Er kan weinig twijfel over bestaan: Herodotus had het bij het verkeerde eind en de Bijbel heeft gelijk.

De stenen tichelen

In Exodus 1 vers 11 lezen we dat het volk Israël in dwangarbeidvoor Farao voorraadsteden moesten bouwen, Pitom en Raämses. In Exodus 5 lezen we dat de tichelstenen werden gemaakt van stro en leem. Het stro zorgt ervoor dat de stenen niet meteen uit elkaar vallen. Toen Mozes echter bij de farao was geweest beval de farao dat het volk Israël geen stro meer mocht krijgen. Ze moesten zelf stro gaan zoeken, maar de productie mocht er niet onder lijden. Dus zocht het volk stro en ze kwamen met de stoppels, die nog op het land stonden. Dat was zwaar werk en toen moesten ze nog beginnen met de stenen zelf.

In 1883 vonden de archeologen Naville (en later, in 1908 de archeoloog Kyle) in Egypte de stad Pitom, één van de steden die door Israël gebouwd waren. Zij ontdekten dat de lagere rijen stenen gemaakt waren van stro en leem. Wat hoger op bleken de stenen echter te bestaan uit stoppels en leem. En helemaal bovenaan kwamen ze zelfs stenen tegen die alleen uit leem bestonden.

De Hethieten

Achtenveertig keer wordt in de Bijbel een volk genoemd wat was genaamd de Hethieten. Nu veranderen namen van volkeren, steden en landen vaak. Het wordt dan lastig om de oorspronkelijke namen terug te vinden. En dat kan al heel snel. Denk aan Istanbul, een stad in Turkije, wat de hoodstad was van het Ottomaanse rijk. Ten tijde van het Byzantijnse rijk heette dezelfde stad Constantinopel. En hoeveel kinderen weten hoe Iran vroeger heette? Wie weet over honderd jaar nog wat Joegoslavië of Tsjecho-Slowakije was?

In de antieke geschriften werd de naam van de Hethieten echter nergens genoemd. De skepsis betitelden de Hethieten al snel als fantasie of fictie. In 1876 begon ene George Smith aan een studie over oude monumenten en hij begon in een plaats die Djerabis in het Midden-Oosten. Deze stad bleek het oude Karkemis te zijn, de hoofdstad van het oude land Hatti. Wij weten dat Hatti het land van de Hethieten was, wat volgens Prof. A.H. Sayce, “gelijkwaardig waren aan zowel Egypte als Assyrië”. De Hethieten bleken niet alleen een echt bestaand volk te zijn geweest; hun rijk was zelfs één van de grootste rijken uit de oude tijden.

Sargon, de onbekende koning

In Jesaja 20 vers 1 staat: “In het jaar, toen de veldmaarschalk naar Asdod kwam, gezonden door Sargon, de koning van Assur, en hij tegen Asdod streed en het innam” Dit is de enige plaats in de Bijbel waar deze koning Sargon wordt genoemd. Feitelijk wordt deze koning nergens anders in de antieke literatuur genoemd. Zijn plaats in de historie werd dan ook betwijfeld. Toch werden in de jaren 1842-1845 de restanten van wat eens een enorm koninklijk paleis was, opgegraven. Het was het paleis van koning Sargon. Eén van de dingen die hier gevonden werd, was een verslag van de overwinning op Asdod, precies zoals in de Bijbel was beschreven. Eens te meer bleek de Bijbel accuraat.

De zondvloed: bewijs in volksvertellingen

Genesis 7 en 8 vertelt over de verwoesting van de wereld door een grote vloed. Velen snuiven minachtend als je over de zondvloed spreekt. Je hoort dan vaak “het was hooguit een zeer plaatselijke overstroming”, “waar kwam al dat water dan vandaan” en eenmaal vroeg iemand mij, alsof hij aan mijn verstand twijfelde, waar dat water naartoe gegaan was. “Het kan toch niet van de aarde afgeschonken worden?” Toch wordt juist de zondvloed onderschreven door 88 verschillende zondvloedverhalen. Ik besteedde hier al eens aandacht aan. De gemeenschappelijke factor in al deze verhalen bestaat uit een aantal min of meer gelijke zaken: een grote vloed, vaak als wereldwijd beschreven, de mensheid die verdrinkt, een ark of boot, een man met zijn gezin die op die boot gered worden, dieren die aan boord gaan. Vaak wordt ook de slechtheid van de mens in die dagen genoemd. De hoofdpersoon heet vaak Noe of een afgeleide daarvan. Velen spreken over een raaf en een duif, die worden losgelaten om te zien of het water is gedaald. Ook wordt vaak het offer genoemd, wat na de zondvloed wordt gebracht door de overlevenden. Voor wie het Bijbelse verslag kent zijn de overeenkomsten met wereldwijde zondvloedverhalen verbazingwekkend.

Bewijs in historische geschriften

In 1872 ontdekte George Smith in de ruïnes van de grote bibliotheek van Ninevé de nu beroemde Babylonische tabletten die een verslag deden van de zondvloed. Ook hierin vinden we grote overeenkomsten: Noach, die de exacte maten voor de ark ontving en de instructie om pek te gebruiken. Verder ook lijkt dit verslag in grote lijnen het Bijbelse verslag te volgen.

Archeologisch bewijs

De archeologie vond positief bewijs voor een enorme vloed in sommige antieke steden. Zo werd in de antieke plaats Susa (Susa lag ongeveer 320 km oostelijk van de stad Babylon) een solide afzetting gevonden van anderhalve meter aan aarde en slib die inzat tussen twee afgescheiden beschavingen.

Het lijdt geen twijfel dat Susa compleet was verwoest door een vloed. Ook in Ur, de plaats waar Abraham vandaan kwam, werd een vergelijkbare afzetting gevonden van modder, slib en klei van tweeëneenhalve meter dikte. Ook dat wijst op een vloed van enorme afmetingen.

bezinkingslagen in de Ver. Arabische Emiraten

bezinkingslagen in de Ver. Arabische Emiraten

afzettingslaag

Fossiel bewijs

In eeuwenoud sediment (afzettingen van zand, slib etc) wat door water is neergelegd blijkt een enorme hoeveelheid fossielen aanwezig te zijn. De fossielen tonen aan hoe mensen, dieren en planten plotseling en razendsnel zijn gevangen door de sliblagen van overstromingen. (De zondvloed heeft vele, vele lagen sediment achtergelaten. We vinden deze grote hoeveelheid fossielen in sediment over de hele wereld. Fossielen zijn het bewijs van een plotseling begraven; het is niet het bewijs van langzame verandering. We vinden vissen die verrast werden door de op hen neerstortende laag modder, terwijl ze juist een kleinere vis verschalkten, beiden, zowel jager als prooi, verstild in de dood.

fossiel r

fossiel l

Ook zien we fossielen van dieren die zich in wanhoop krommen. Zulke dingen gebeuren niet in duizenden jaren. Bovendien vergaat het dier voor het kan fossiliseren. Zoals te verwachten valt voor wie de Bijbel gelooft: al die miljarden fossielen vertonen geen enkel bewijs van een geleidelijke verandering in soorten, dus van evolutie.

Jericho

Jozua 6 vertelt hoe Israël de ommuurde stad Jericho veroverde. De krijgslieden marcheerden eenmaal rondom de stad en zij deden dit gedurende zes dagen. Op de zevende dag gingen zij er zeven maal omheen. De priesters moesten meteen daarna op de bazuinen bliezen en op dat teken moest het volk juichen. Daarop zouden de muren van de stad ineen storten. Het gebeurde zoals God het had bevolen.

In 1929 heeft dr. John Garstang de ruïnes van het oude Jericho opgegraven. Zijn ontdekkingen komen opvallend overeen met het Bijbelse verslag. Jericho, zo bemerkte hij, had een dubbele stadsmuur, met huizen gebouwd over de twee muren heen. Zó was ook Rachab’s huis op de muur.Onderzoek leerde dat de muur werd vernietigd door een soort van gewelddadige stuiptrekking, net zoals beschreven in de Bijbel. De muren waren naar buiten gevallen, naar beneden de heuvel af. Zou de muur zijn vernietigd door de stormrammen van een vijandelijk leger dan zouden de muren moeten naar binnen zijn gevallen in plaats van naar buiten. Verder was zichtbaar dat de stad na de verwoesting was verbrand. Opnieuw stelde de spade van de archeologie de juistheid van de Bijbel vast.

David? Die bestond niet echt

Sceptici die zeiden dat David en Salomon verzonnen personages zijn, kijken in 1993 op hun neus. Archeologen graven in een site in Tel Dan (Noord Israël) een stèle op met de inscriptie ‘huis van David’, waardoor het bestaan van koning David bewezen wordt. Ook andere recente archeologische vondsten bewijzen het ongelijk van de sceptici. In de Khirbet Qeiyafa in de Terebintenvallei, enkele kilometers ten zuidwesten van Jeruzalem, op de plaats waar David volgens de Bijbel Goliath versloeg, heeft professor Yosef Garfinkel van de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem, de resten van een Judese stad ten tijde van koning David opgegraven. Hij legde er een stadsmuur bloot, die veel gelijkenis vertoont met de stadsmuren van Hatsor en Gezer.

Een stad teruggevonden

Tussen de resten van de bouwwerken vonden de archeologen ook een bakplaat voor pitabrood, visgraten, honderden botten van schapen en geiten, maar niet van varkens en een potscherf met een (moeilijk te lezen) Hebreeuws ogende tekst. In een gespecialiseerd centrum in Californië kan de tekst uiteindelijk toch ontcijferd worden. De tekst roept op om de Heer te dienen en weduwen en wezen recht te doen en te beschermen. Dit is geen Bijbeltekst, maar is wel een opvallende gelijkenis met Jesaja 1 vers 17. Professor Garfinkel ontdekt bovendien dat de versterkte stad twee poorten heeft. De Hebreeuwse naam voor twee poorten is Saäraïm, en dat is ook de naam van een plaats die in de Bijbel drie keer vernoemd wordt. In Samuël 17:52 wordt beschreven hoe de Filistijnen vluchten voor David “van Saäraïm tot Gat en tot Ekron.”

de landvoogd Sergius Paulus

In Handelingen 13 vers 7 lezen we over de landvoogd Sergius Paulus. Lange tijd stelden kenners van de Romeinse tijd dat Lucas hem ‘propraetor’ had moeten noemen inplaats van landvoogd. Echter: op Cyprus gevonden munten laten zien dat de betiteling ‘landvoogd’ in dit geval wel degelijk klopte. Er werd zelfs een munt gevonden met het opschrift “Paulus de landvoogd”, zeer waarschijnlijk verwijzende naar de man die in Handelingen wordt genoemd.

Bevestiging door niet-Bijbelse schrijvers

Sommige bijbelse beschrijvingen zijn onderbouwd door niet-Bijbelse schrijvers. Bijvoorbeeld: de Joodse geschiedschrijver Josephus heeft gezegd veel dingen in de Bijbel feitelijk zijn. Bijvoorbeeld: in Mattheüs 14 vers 3 en 4 lezen we: “Herodes had Johannes laten grijpen, geboeid en gevangengezet, ter wille van Herodias, de vrouw van zijn broeder Filippus; want Johannes zeide tot hem: Gij moogt haar niet hebben.” Johannes zegt dus tegen Herodus: ‘Gij moogt haar niet hebben’. Maar… het was toch de vrouw van Herodus’ broer?

Titus Flavius Josephus was een Romeins-Joodse geschiedschrijver. Josephus vertelt ons waarom het onrechtmatig was. Herodias was oorspronkelijk getrouwd met Herodes’s broer, Philip. Maar ze scheidde van Philip en trouwde Herodes. Het was dit onwettige huwelijk wat de aanleiding was van Johannes’ berisping. De Bijbel beschrijft het precies zoals het gebeurd is.

Schijnbare inconsistenties: Herodes

Schijnbare tegenstrijdigheden verdwijnen wanneer de Bijbel wordt bestudeerd met een ‘open mind’. Een voorbeeld hiervan is te vinden in verband met de regerende familie over Israël onder Romeinse overheersing. In Matteüs 2 vers 1 lezen we van koning Herodes, die regeerde toen de Heer Jezus werd geboren. In Matteüs 2 vers 19 lezen we dat koning Herodes gestorven is en dat Jozef, Maria en Jezus mogen terugkeren uit Egypte.

In Lucas 23 vers 6-7 lezen we dat de Heer Jezus na Zijn arrestatie moest verschijnen voor… koning Herodes. “Toen Pilatus dit hoorde, vroeg hij, of die man een Galileeër was, 7 en toen hij begreep, dat Hij uit het gebied van Herodes was, zond hij Hem door naar Herodes, die in die dagen ook te Jeruzalem was.” En ook geruime tijd later, na de hemelvaart van de Heer en bij de eerste gemeenten die gesticht werden lezen we opnieuw over deze raadselachtige koning: Handelingen 12 vers 1-3: “En omstreeks die tijd sloeg koning Herodes de hand aan sommigen van de gemeente om hun kwaad te doen. En hij liet Jakobus, de broeder van Johannes, ter dood brengen met het zwaard; en toen hij zag, dat dit de Joden welgevallig was, ging hij voort en nam ook Petrus in hechtenis.” Hoe kon koning Herodes deze dingen doen als hij al zo lang dood was? Spreekt de Bijbel zichzelf hier tegen?

Geenszins uiteraard. Opnieuw legt Josephus (zelf overigens geen Christen) dit uit: Herodes de Grote, die koning was ten tijde van Jezus’ geboorte, werd na zijn dood opgevolgd door Herodes Antipas. Het was deze koning die Johannes de Doper liet onthoofden en deze koning ook, voor wie Jezus werd gebracht voor berechting. Herodes Antipas werd later door zijn neef Herodes Agrippa beschuldigd van ontrouw aan keizer Caligula. ( Herodes Agrippa was was een broer van Herodias en oomzegger van Antipas.) Daardoor werd hij, samen met Herodias verbannen. Na hem kwam koning Herodes Agrippa zelf aan de macht. En hij was weer de koning Herodus die Jacobus liet vermoorden.

Wie was de keizer?

Lucas noemt keizer Augustus dus als de regerende monarch van het Romeinse Rijk. In Lucas 3 vers 1 lezen we dat Johannes de Doper zijn bediening begon in het vijftiende jaar van de regering van keizer Tiberius. Dit toont aan dat Augustus toen dus al lange tijd niet meer op de troon zat. Maar veel later, ook hier weer ten tijde van de eerste gemeenten, lezen we hoe Paulus, als hij is gearresteerd en vals wordt beschuldigd, zich beroept op zijn recht als Romein en hij wil dan door Ceasar (=keizer) Augustus gehoord worden. Handelingen 25 vers 21 “En nadat Paulus zich beroepen had op zijn recht om in hechtenis te blijven totdat de verheven keizer van zijn zaak kennis zou kunnen nemen, gaf ik opdracht hem in hechtenis te houden totdat ik hem naar de keizer zou sturen.” De Engelse vertaling noemt de keizer bij naam: “But when Paul had appealed to be reserved unto the hearing of Augustus, I commanded him to be kept till I might send him to Caesar.”

Ook hier weer: een oppervlakkige lezing zou kunnen leiden tot de veronderstelling dat de Bijbel zichzelf tegenspreekt. Maar bij nader onderzoek blijkt dat de keizer Augustus uit de tijd van Paulus niemand anders was dan de beruchte keizer Nero. Zijn volledige naam was Nero keizer Augustus.

[warning]

De aanvallen op de geloofwaardigheid van de Bijbel hebben er uiteindelijk alleen maar toe geleid dat de waarheid en betrouwbaarheid van de Bijbel steeds duidelijker wordt.

[/warning]