wat is geoorloofd (en wat niet)

5 December ligt alweer een flinke tijd achter ons, maar dit onderwerp vond ik belangrijk genoeg; bovendien gaat het om meer dan alleen 5 December.. Lees mee!

In de feestmaand December kreeg ik twee vragen:

  • Mag je als kind van God meedoen met St Nicolaas (eten van marsepein, pepernoten etc ter ere van een RK heilige)

  • Hoe mogen wij als kinderen van God omgaan met zaken als doneren van bloed of organen

De eerste vraag

Als je pepernoten eet als een offerande aan de heilige sint Nicolaas, ja, dan is het zonde. En als je een kerstboom neerzet als eerbetoon aan Mithras, een heidense god, ja, dan bega je een zonde. Persoonlijk geloof ik niet dat je een zonde begaat als je pepernoten eet omdat je ze lekker vindt. En ook niet als je elkaar pakjes en surprises geeft op 5 december omdat je het zo gezellig vindt. En ook niet als je een kerstboom neerzet omdat je het mooi vindt met de Kerst.

Zodra je begint met jezelf beperkingen op te leggen is het einde al gauw zoek. Want op hoeveel producten in December staat een Sinterklaas of een Kerstman? En hoeveel producten worden aangeleverd door de Paashaas? Kinderen van God hebben de neiging angstig te zijn omtrent wat ze mogen of juist niet mogen. En er is er maar één die dit van harte toejuicht: de boze. Want zó kan hij kinderen van God angstig en onzeker krijgen. En angstige en onzekere kinderen van God zijn hun blijdschap kwijt en kunnen moeilijk een getuige zijn van God’s genade. Welk getuige ben je, als er allerlei ‘maren’ zijn? Ik kende vroeger iemand die niet wilde dat zijn kinderen naar occulte televisieprogramma’s kijken. Nou, dat ben ik met hem eens. Maar welke occulte programma’s bedoelde hij dan? Het antwoord was voor mij onthutsend: de smurfen. Want daarin zit een tovenaar, Gargamel…..

De duivel wil graag dat we bang en onzeker zijn.

Onze geboden

Natuurlijk moeten we doen wat de Heer van ons vraagt. Maar wat vraagt Hij precies? Laten we het Woord van God antwoord laten geven.

  • Wij, kinderen van God, zijn niet langer onder de wet. Johannes 1 vers 17 de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn door Jezus Christus gekomen.

  • Als wij niet langer onder de wet zijn hoeven we ons dus niet meer aan de geboden Gods te houden? Joh 14 vers 15 Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden bewaren.

  • Dit lijkt met elkaar in tegenspraak… We zijn niet meer onder de wet, maar moeten ons wel aan zijn geboden houden. Hoe zit dat nu? Het antwoord vinden we in Handelingen 13 vers 47 Want zo heeft ons de Here geboden: Ik heb u gesteld tot een licht der heidenen, opdat gij tot heil zoudt zijn tot aan het uiterste der aarde.

  • Dit is dus wat ons geboden is, dit en het eerste gebod (marcus 12 vers 30) Gij zult de Here, uw God, liefhebben uit geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht en met geheel uw verstand, en uw naaste als uzelf.

  • Het resultaat: Romeinen 13 vers 8 -10 Zijt niemand iets schuldig dan elkander lief te hebben; want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld.Want de geboden: gij zult niet echtbreken, gij zult niet doodslaan, gij zult niet stelen, gij zult niet begeren en welk ander gebod er ook zij, worden samengevat in dit woord: gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. De liefde doet de naaste geen kwaad; daarom is de liefde de vervulling der wet.


Hoe zit dat met voedsel?

Het Joodse volk had spijswetten. Die wetten hadden tot doel het volk rein te houden, maar verrassend genoeg was er ook een ander doel: de ‘onreine’ dieren waren in het klimaat van Israël ook inderdaad snel gevaarlijk voor de mens.

Moderne voedingsdeskundigen ontdekken steeds vaker hoe gezond de spijswetten zijn. Denk aan schaaldieren: hoe snel kun je ziek worden van mosselen en oesters? Laat ze heel even liggen en ze bederven. In onze tijd hebben we koelkasten, maar in die tijd was dit voedsel echt gevaarlijk.

Maar de Bijbel zegt wel degelijk iets over voeding voor Christenen:

Handelingen 15 vers 24-29 (Willibrordvertaling)

Wij hebben vernomen dat enkelen, uit onze kring afkomstig, maar zonder opdracht van ons, met hun woorden verwarring en onrust onder u hebben gezaaid. Daarop hebben wij eenstemmig besloten om een paar mannen uit te kiezen en die mee te sturen met onze vrienden Barnabas en Paulus, die zich met hart en ziel inzetten voor de naam van onze Heer Jezus Christus. Wij hebben Judas en Silas dus afgevaardigd; zij zullen u dezelfde boodschap ook mondeling overbrengen. De heilige Geest en wij hebben besloten u geen enkele last op te leggen dan alleen wat strikt noodzakelijk is: u moet zich onthouden van afgodenvlees, bloed, verstikt vlees en ontucht. Als u daarvan afblijft, is het in orde.

Echter, verderop in de Bijbel lezen we meer over het eten van offervlees(afgoden)

1 Korintiers 8 vers 4

Wat nu het eten van offervlees betreft, wij weten, dat er geen afgod in de wereld bestaat en dat er geen God is dan Eén. Vers 8 Nu zal wat wij eten, ons niet bij God brengen; eten wij niet, wij zijn er niet minder om; eten wij wèl, wij zijn er niet meer om. Vers 9 Maar ziet toe, dat deze bevoegdheid van u niet tot aanstoot voor de zwakken worde. Vers 13 Daarom, indien wat ik eet, mijn broeder aanstoot geeft, wil ik in eeuwigheid geen vlees meer eten, om mijn broeder geen aanstoot te geven.

We lezen hier dat het vlees zelf niet slecht is; het gaat om de intentie waarmee wij het eten. De afgoden die vereerd worden bestaan immers niet; het zijn stenen en houten dingen die geen waarde hebben. Dit offervlees zal ons geen kwaad doen, maar laten we het niet eten als we andere kinderen van God daarmee in verwarring brengen. Voor wat betreft ‘die ander’:

Romeinen 14 vers 1-12 (Willibrordvertaling)

Aanvaard ieder die zwak is in het geloof, zonder zijn opvattingen te betwisten. De een is ervan overtuigd dat hij alles mag eten, terwijl een zwakke alleen maar plantaardig voedsel eet. Wie vlees eet, moet iemand die dat niet doet, niet minachten; en wie geen vlees eet, moet iemand die dat wel doet, niet veroordelen; God zelf heeft die ander immers als de zijne aanvaard. Wie ben jij, dat je jezelf een oordeel aanmatigt over de knecht van een ander? Of hij staat of valt, gaat alleen zijn heer aan. Hij zal trouwens staande blijven, want zijn heer is bij machte hem staande te houden. De een maakt onderscheid tussen de dagen, voor de ander zijn ze alle gelijk. Gun ieder zijn eigen overtuiging.
Wie aan een bepaalde dag waarde hecht,
(sabbath, zondag) doet het om de Heer, en wie eet, eet ter ere van de Heer, want hij dankt God. Wie iets niet eet, laat het ter ere van de Heer, en ook hij dankt God. Niemand van ons leeft immers voor zichzelf alleen, en niemand sterft voor zichzelf alleen. Zolang wij leven, leven wij voor de Heer, en sterven wij, dan sterven wij voor de Heer: of wij leven of sterven, Hem behoren wij toe. Daarvoor is Christus gestorven en weer levend geworden: om Heer te zijn over doden en levenden. Met welk recht veroordeel jij je broeder? En jij, waarom kleineer jij je broeder? Wij zullen allemaal verschijnen voor de rechterstoel van God. Want er staat geschreven: Zowaar Ik leef, zegt de Heer, voor Mij zal elke knie zich buigen en ieders tong zal God bejubelen. Zo zal dan ieder van ons tegenover God rekenschap moeten afleggen van zichzelf.

Eigen verantwoordelijkheid

We lezen hier dat we uit onze eigen overtuiging moeten leven en eten waarvan wij menen dat het goed is. Immers: we moeten allemaal zelf verantwoording afleggen tegenover de Heer en dan gaat het niet om wat je deed, maar om de intentie waarmee je het deed. Geloof je dat je geen vlees mag eten? Doe dat dan niet en heb er vrede mee. Geloof je dat je de sabbath moet houden in plaats van de zondag? Doe dat dan en heb er vrede mee. Beide dingen doe je (als het goed is) met een gelovig hart wat rein is voor God. (En niet omdat een ander het zó doet.)

Voor wedergeboren Joden was een moeilijke zaak: eten wat onrein is en alle Joodse wetten die zij hebben, waarvoor in de plaats de genade is gekomen. Ook Petrus, apostel des Heren, zat hiermee. Maar de Heer legde het hem uit:

Handelingen 10 vers 10-15

En hij werd hongerig en verlangde te eten, en terwijl men iets gereed maakte, geraakte hij in zinsverrukking, en hij zag de hemel geopend en een voorwerp nederdalen in de vorm van een groot laken, dat aan de vier hoeken nedergelaten werd op de aarde; hierin bevonden zich allerlei viervoetige en kruipende dieren der aarde en allerlei vogelen des hemels. En er kwam een stem tot hem: Sta op, Petrus, slacht en eet! Maar Petrus zeide: Geenszins, Here, want ik heb nog nooit iets gegeten, dat onheilig of onrein was. En nogmaals ten tweeden male, kwam een stem tot hem: Wat God rein verklaard heeft, moogt gij niet voor onheilig houden.

Weet je wat ik zo mooi vind aan deze geschiedenis? In eerste instantie lijkt het er op dat de Heer hier tegen Petrus zegt dat voedsel niet langer onrein is. In werkelijkheid was de boodschap breder. En Petrus begrijpt het ook. Want als de Heilige Geest hem verteld dat er mannen op zoek zijn naar hem en dat hij die te woord moet staan, biedt hij ze onderdak aan en gaat de volgende dag mee naar de woning van Cornelius. Dat lijkt niet zo vreemd, totdat je bedenkt dat een Jood nooit het huis van een heiden binnen ging. Dat ging in tegen de wetten! Maar Paulus zegt (vers 28) Gij weet, hoe het een Jood verboden is zich te voegen bij of te gaan tot een niet-Jood; doch mij heeft God doen zien, dat ik niemand onheilig of onrein mag noemen.

Kijk! Dat vind ik nou zo mooi: het gaat niet alleen over voedsel, maar niets is de Jood (en de Christen) verboden. Het enige wat nog overblijft is het consumeren van bloed (bloedworst) of het eten van vlees van een dier wat verstikt (gewurgd) is. Het bloed moet er uit gevloeid zijn. En deze dingen zijn de enige dingen die we niet moeten eten of drinken.

Bloed doneren of ontvangen

De Bijbel leert ons (Genesis 9:4) dat de ziel in het bloed is. Alleen vlees met zijn ziel, zijn bloed, zult gij niet eten. Het bloed is belangrijk; het wordt ook vaak genoemd in de Bijbel. We mogen het dus niet eten of drinken. Nergens staat echter iets over bloed geven of ontvangen. Althans: ik heb het nooit gelezen. 1 Kor 15:50 Dit spreek ik evenwel uit, broeders: vlees en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet beërven en het vergankelijke beërft de onvergankelijkheid niet. We lezen, dat het lichaam weerkeert tot de aarde en wordt tot stof. Het lichaam, inclusief het bloed, is na het sterven nutteloos en wordt begraven. ‘Gezaaid’ staat er in de Bijbel, omdat wij de levende hoop hebben dat de Heer ons vernedert (tot stof vergaan) lichaam zal verheerlijken. Met dat nieuwe, verheerlijkte lichaam zullen wij de hemel betreden.
Hoewel bloed dus belangrijk is en je het niet mag verspillen of eten, is het bij de dood zonder waarde geworden. Onze ziel wordt niet mee begraven, maar komt bij de Heer Jezus in de hemel, wachtend op het nieuwe beloofde hemellichaam.

Moeten wij nu zo ver gaan dat we geen bloed doneren of accepteren? We lezen het niet in de Bijbel. Dit is duidelijk iets wat valt onder ‘een ieder zij voor zijn eigen geweten ten volle overtuigd’. Als je voor de keuze komt te staan: wel of geen bloed (of organen) doneren, denk dan eerst eens na over de vraag wat je zou doen als jij degene was die het zou ontvangen.

Want wel een bloedtransfusie of orgaantransplantatie accepteren maar uit principe geen bloed of organen afstaan is geen eerlijke redenatie lijkt mij. Ik kan hierin een ander niet raden. Als ik lees dat de Heer Jezus zegt: Matteüs 18:9 ‘En indien uw oog u tot zonde verleidt, ruk het uit en werp het van u. Het is beter voor u met één oog ten leven in te gaan, dan met twee ogen in het hellevuur geworpen te worden’. Dan maak ik er voor mezelf (ook) uit op dat we misschien soms teveel waarde hechten aan dit lichaam. Zelf heb ik er dan ook geen moeite mee om bloed of organen te doneren (hoewel ik tegen orgaandonatie een ander bezwaar heb)

Ik ben ook heel lang bloeddonor geweest. Je gaat dan zorgvuldig en eerbiedig met bloed om en je helpt een ander uit liefde. Maar nogmaals: een ieder moet hierin voor zichzelf een keuze maken.

Slot

De Heer Jezus heeft ons in de volledige vrijheid gesteld. We zijn kinderen des Lichts, kinderen van de Koning, kinderen van God. We hebben de Heilige Geest ontvangen. Hij is onze leermeester. Als je dus zelf moet beslissen wat je wel of niet eet, of je de zondag of de sabbath houdt, of je op zondag iets wilt kopen of niet, dan zijn dat vragen die je biddend aan de Heer mag stellen. En doe dan wat je hart je ingeeft wat goed is in die zaken. Het gaat erom dat je met een rein hart de Heer Jezus wilt volgen. De één doet dat met regels, de ander zonder regels… Maar zorg ervoor dat het nooit je blijdschap kan wegnemen!

Galaten 3 vers 24-25

De wet is dus een tuchtmeester voor ons geweest tot Christus, opdat wij uit geloof gerechtvaardigd zouden worden. Nu echter het geloof gekomen is, zijn wij niet meer onder de tuchtmeester.

Galaten 5 vers 1

Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt. Houdt dus stand en laat u niet weder een slavenjuk opleggen.

Galaten 5 vers 13-14

Want gij zijt geroepen, broeders, om vrij te zijn; (gebruikt) echter die vrijheid niet als een aanleiding voor het vlees, maar dient elkander door de liefde. Want de gehele wet is in één woord vervuld, in dit: gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.

Galaten 5 vers 16

Dit bedoel ik: wandelt door de Geest en voldoet niet aan het begeren van het vlees.

Galaten 5 vers 22-23

Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Tegen zodanige mensen is de wet niet.

Romeinen 8 vers 15

Want gij hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar gij hebt ontvangen de Geest van het zoonschap, door welke wij roepen: Abba, Vader.