Gofert van Sandte

de Moezel

Het is alweer flink wat jaren geleden, dat ik bezig was met schrijven aan mijn roman ‘de gekroonde Zwerver’. Het was in de vakantie en ik nam een laptop mee om ook op de camping te kunnen schrijven. We gingen, Joke mijn vrouw en ik, samen met mijn zus Judith en haar man en hun zoontje, camperen bij de Moezel in Duitsland. We hadden de vouwwagens bij elkaar gezet en overdag verkenden we de mooie omgeving en ’s avonds nam ik de laptop en ging, bij de voortent zittend, verder met schrijven. Dit trok de aandacht van een jongen van een jaar of zestien, die ’s avonds een balletje gooide en mij achter het oplichtende scherm zag zitten. Op een gegeven moment slenterde hij naar me toe, stelde zich voor als Alex en vroeg, of ik een computerspel aan het spelen was. Ik vertelde hem van mijn schrijfwerk en hij was geïnterresseerd. Het eerste deel, wat ik al geschreven had voordat we weggingen, had ik uitgeprint bij me zodat mijn zus en haar man dat alvast konden lezen. Ik vroeg Alex of hij dat wilde lezen. Altijd fijn om te weten wat anderen, vooral jonge mensen, ervan vinden! Alex nam het gedeelte mee om het te lezen.

De volgende dag zag ik dat zijn familie de voortent van hun caravan aan het afbreken was. Toen de voortent weg was en alle spullen een plek hadden gevonden in de caravan of de auto, zag ik de moeder van Alex op me af komen, met in haar handen het gedeelte van het manuscript. Ze stelde zich voor als Dirkje van Sandte en vertelde me het volgende:

‘u hebt gisteren aan mijn zoon een deel van uw manuscript gegeven om het te lezen, maar gisteravond is hij naar de disco gegaan en heeft hij geen tijd gehad het te lezen. Ik zelf kreeg gisteravond pijn in mijn borst en die pijn is niet minder geworden: ik heb vannacht wakker gelegen van de pijn! Wij breken nu op en gaan meteen terug naar Nederland, want ik vertrouw het niet en wil naar mijn eigen arts. Maar goed, vannacht lag ik dus wakker van de pijn en ik nam uw manuscript en heb het gelezen’.

Tranen kwamen in haar ogen.

‘U beschrijft in uw verhaal het overlijden van de vader van een jongen en het resultaat wat dat overlijden had op het hele gezin. Het lijkt wel, alsof u bij ons thuis om de hoek hebt gekeken, toen mijn vader stierf. Net zó plotseling, en ook bij ons had het een enorm impact: het hele gezin werd erdoor uit elkaar gerukt!’.

We spraken even en ik beloofde haar om, als het boek zou worden uitgegeven, haar een exemplaar te sturen. Om die reden noteerde ik hun adres. Toen ik na die vakantie thuis kwam stuurden we een beterschapskaart naar Dirkje. Het boek kwam af en, hoewel het vrij lang duurde voordat het werd uitgegeven, het kwam uit. Als schrijver ontving ik enkele exemplaren om uit te delen en ik stuurde zoals beloofd, één exemplaar naar Dirkje en haar gezin. Er ging een tijd overheen, maar op een dag lag er een brief op de deurmat, van Dirkje, en ze schreef:

‘beste Kees, nu al weer lang geleden hebben wij elkaar even gesproken op de camping bij de Moezel. Ik wil je graag vertellen hoe het verder is gegaan. We zijn naar huis gereden en ik werd onderzocht, waarbij bleek dat ik een defect aan mijn hart heb. Ik moet daarvoor geopereerd worden en sta op een wachtlijst. Juist op het moment dat ik geopereerd zou gaan worden, kreeg mijn man Gofert pijn in zijn rug. We dachten aan een hernia, maar er bleek een andere oorzaak te zijn: Gofert heeft botkanker. En het is niet behandelbaar. Sorry dat ik je hiermee lastig val Kees, we kennen elkaar amper, maar ik moest mijn ellende even van mij af schrijven’.

Tja, wat moet je op zo’n brief antwoorden… Ik schreef haar terug en probeerde haar zo goed als ik kon te bemoedigen:

‘Ik wilde dat ik je iets troostends, opbeurends kon meegeven. Maar ziekte laat zich door goed bedoelde woorden niet verdrijven. Ik weet eigenlijk niet (we hebben elkaar maar heel kort gesproken op die camping) of jullie gelovige mensen zijn. Ik hoop het, want vooral in dit soort situaties kan het je een troost en een steun zijn. Veel mensen kijken met betraande gezichten omhoog en vragen ‘waarom laat U dit toe?’ maar ze weten niet dat God Zelf huilt om de ellende die Zijn schepping doormaakt. Juist in deze situatie is God dicht bij je. Hij houdt van jullie en geeft je kracht als je daarom vraagt en die kracht krijg je dan als je dat nodig hebt. (vaak niet eerder..)’

Ik probeerde in mijn brief iets door te geven van de hoop die in mij is. Als kind van God en vrijgekocht door het offer van de Heer Jezus Christus weet ik dat dit leven slechts kort is; een bloem die bloeit en de volgende dag verwelkt is of gras, waar zo plotseling de zeis door heen gaat. Maar daarmee is het niet afgelopen: de mens is geschapen om eeuwig te leven. En God hoopt dat wij bij Hem willen leven in die eeuwigheid. Ik weet niet meer in welke bewoordingen ik de brief verder vervatte, maar wel dat ik er voor gebeden heb tot aan het moment dat ik de brief postte. In die brief heb ik mijn adres, maar ook mijn emailadres vermeld. Enkele weken hierna kreeg ik een email van hun zoon Alex, die mij ontroerde:? ‘beste Kees, zou u bij mijn vader langs willen komen? Hij is stervende en hij gelooft ook, maar u bent gelovig-gelovig. Misschien kunt u met hem praten en hem tot steun en troost zijn!’.? Nu ben ik geen oudste, niet ervaren in pastorale zorg en zo, maar ik weet wel wanneer mijn Heer me roept. Ik maakte dus een afspraak op zeer korte termijn. Ik ging me op dit bezoek voorbereiden; ik had nog nooit aan het bed van een stervende gezeten. Ik bad dus tot God:? ‘Machtige Vader in de hemel, U legt dit op mijn weg en ik wil dit doen voor U. Wilt U mij de woorden geven en de wijsheid en het inzicht wat nodig is? En wilt U mij een gedeelte uit Uw Woord geven voor Gofert van Sandte?’

Het vreemde was, dat ik geen Schriftgedeelte kreeg. Dat snapte ik niet; de Heer stuurde me er immers naartoe? Enigszins mopperend hierover stapte ik in de auto op de avond dat ik naar Gofert toe ging. Toen ik daar binnen kwam zag ik in de woonkamer een bed, met daarop de man die Gofert moest zijn. Hij was in gesprek met een andere bezoeker. Ik ging er maar bij zitten en zag, dat Gofert erg veel pijn had. Hij had een pompje waarmee hij zelf de hoeveelheid morfine kon regelen. Uiteindelijk ging de andere bezoeker weg en kon ik even met Gofert praten. Met de nadruk op ‘even’, wat Gofert had erg veel pijn. Ik vroeg hem of hij gelovig was. Hij antwoordde met: ‘ja, ik ben Rooms Katholiek’. Ik vroeg hem: ‘wat houdt dat in; wat gelooft u dan precies?’ Hij keek me een beetje verbaasd aan. ‘Ik ben Katholiek!’ antwoordde hij weer. Ik probeerde toch bij de kern van de zaak te komen; het offer van de Heer Jezus Chritus waardoor wij behouden kunnen worden. Maar Gofert bromde: ‘ja, dat weet ik niet hoor, dat zou u meneer pastoor maar eens moeten vragen…’ Ik stond eigenlijk versteld en vroeg hem of hij Johannes 3:16 kende, de bekende tekst:

‘Want alzo lief heeft God de wereld gehad,
dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft,
opdat een ieder die in Hem gelooft,
niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft’.

Gofert kende de tekst niet. Ik nam afscheid in de wetenschap dat ik hem in dt leven niet meer terug zou zien. Thuis gekomen was ik volkomen verbouwereerd. Hoe kon iemand zijn hele leven naar een Christelijke kerk gaan (welke kerk dan ook!) en nooit het Evangelie gehoord hebben?? Ik wist dat Gofert te moe zou zijn om veel te lezen en stuurde hem de volgende dag nog een A4 tje met daarop Johannes 3:16 in de hoop dat deze eenvoudige tekst hem voldoende houvast zou geven om alsnog het Evangelie te snappen. Immers: voor kinderen is het Evangelie te snappen; een stervende zou aan de hand van dit overbekende vers juist voldoende hebben om zijn hart aan de Heer Jezus te geven. Uiteraard ging deze korte brief vergezeld van gebed.

Korte tijd later kwam de rouwbrief. Ik nam mij voor om samen met mijn vrouw naar de begrafenis te gaan, in de hoop een bemoediging te kunnen zijn voor de weduwe en haar zoon. Dit was nog in de tijd vóór de navigatiesystemen en zij woonden flink uit de buurt. Net als de vorige keer draaide ik de route uit met behulp van de routeplanner. We gingen op weg en we waren? halverwege toen er een bord kwam: OMLEIDING. Braaf volgden wij de borden, maar al snel raakten we de kluts kwijt. We kwamen terecht in landerijen en piepkleine dorpjes en hadden niets meer aan onze uitdraai. Ik stopte de auto en we baden. We vroegen de Vader of Hij ons wilde leiden, zodat we de juiste weg zouden vinden. Een half uur later? reden we nog steeds doelloos in een voor ons volstrekt vreemde omgeving rond en (ik moet eerlijk zeggen) ik was kwaad op God. Ik zei Hem dat ook. (God houdt er van als we eerlijk zijn; we mogen best boos zijn of vol onbegrip en dat dan gewoon tegen onze Vader zeggen!) ‘Heer, Ú was Degene die me naar Gofert stuurde en Ú bent Degene die ons naar deze begrafenis stuurt. We hadden ons goed voorbereid en toch.. We komen te laat Heer! En U helpt ons niet!!’ Geen stem uit de hemel; geen bliksemflits die ons de juiste weg wees.

verdwaald...

Tien minuten nadat de dienst begonnen was, arriveerden we (ik mopperend) bij de kerk. Stilletjes gingen we achterin zitten; er had niemand meer bij de deur gestaan en we hadden dus geen liturgie met daarin de liederen en de gebruikte Bijbelgedeelten. Na afloop van de dienst werd meegedeeld dat de familie nu hun man en vader alleen naar zijn laatste rustplaats zouden brengen; condoleances waren niet gewenst; de familie was overtuigd van ons medeleven!

Ik gromde bijna: we waren te laat gekomen en nu ook nog helemaal voor niks! Bij het uitgaan van de kerk griste ik een liturgie mee die iemand op de bank had laten liggen en teleurgesteld verlieten wij de kerk. De volgende dag pakte ik de liturgie. Ik was erg ontsteld geweest dat Gofert het Evangelie nooit gehoord had en las de liederen door, die de dag ervoor gezongen waren. Eén lied sprak mij wel aan: hoewel in wat bedekte termen was hier toch te lezen dat de Heer Jezus de Verlosser is. Ik besloot mijn condoleances dan maar in een brief te richten aan de familie en kon in die brief mooi dat lied gebruiken. Als ik namelijk aan zou komen met een ander verhaal dan de pastoor zou het hen misschien afstoten; maar dit lied kwam uit hun eigen kerk, dus gebruikte ik het als inleiding op mijn getuigenis over het Evangelie van de Heer Jezus Christus. Ik zat er wel een beetje over in om hun een brief te schrijven, omdat ze zo nadrukkelijk hadden laten afkondigen ‘liever geen condoleances’ en tja; wat was mijn brief anders? Maar ik wilde toch graag nog wat van me laten horen. Toen ik zó met de brief bezig was, zag ik plotseling (tot mijn verbijstering ) achterin de liturgie de volgende tekst:

Gelieve deze liturgie niet mee te nemen; deze liturgie wordt niet alleen nu, maar ook bij andere begrafenissen gebruikt!

Nou moe: bij elke begrafenis dezelfde liederen en dezelfde Bijbelteksten?? ik realiseerde me plotseling dat ik, omdat ik de meegenomen liturgie moest terug sturen, daar best een begeleidende brief bij kon doen; dat was geen echte condoleance…
Plotseling dacht ik terug aan mijn verontwaardiging van de dag ervoor; mijn boosheid op God. En ik realiseerde me ook, dat -als wij op tijd waren gekomen- ik al in de kerk zou hebben gezien dat we de liturgie niet mee mochten nemen en ik zou dat dus ook niet gedaan hebben. Maar dan had ik ook dat lied niet voorhanden gehad waarmee ik een ingang vond om over mijn Heer en Heiland te spreken!

Soms geeft de Heer ons geen antwoord. Althans: niet voor ons meteen merkbaar! Want ik ben ervan overtuigd dat de Heer al onze gebeden hoort en VERhoort. Maar Hij doet dat op Zijn wijze. Niet zoals wij dat zien, niet volgens onze gedachten. Soms finaal tegen die gedachten in! Maar we mogen blijven vertrouwen dat onze Vader ons leidt!

En Gofert? Ik weet het niet. Ik had verder geen contact met Dirkje en haar zoon. Maar wat zal het een verrassing zijn als ik Boven kom en tussen al die lieve gezichten het glunderende gezicht van Gofert zal zien!

(om privacyredenen zijn de hierboven genoemde namen gefingeerd)