Bart

Bart werkte bij ons op de afdeling financiële zaken. Hij was een vrolijke kerel, die zijn gebrek aan lengte compenseerde met een extreem zelfvertrouwen. Hij was druk; luidruchtig en hij zorgde wel eens voor gefronsde wenkbrauwen; hij was zo verschrikkelijk ‘aanwezig’! Zijn enthousiasme bleek onder meer uit het feit dat hij het er voor over had om vroeger te beginnen dan de rest. Hij startte dan de computer (in die tijd, zo rond 1985, was dat voor velen nog een wonderlijk instrument) en verrichtte alle handelingen die een systeembeheerder normaliter verrichtte. Er was alleen één probleem: Bart w? s geen systeembeheerder…

Als die op z’n werk kwam, bleek ‘het hele spul’ al te draaien met een grijnzende Bart op de achtergrond. Ik kreeg -als afdelingshoofd- dan weer te maken met een verontwaardigde systeembeheerder: ‘die gozer moet met z’n fikke van m’n spullen afblijven!’ Dit soort dingen kwam meer voor; Bart had vele interesse’s en in dit geval ook als het andermans werk betrof. Zijn eigen werk bood hem soms niet genoeg uitdaging; dat bleef wel eens onafgemaakt liggen.

Op onze afdeling werkte ook een andere jonge man, Eric geheten. ? Eric kwam uit een ongelovig gezin. We konden het goed vinden samen: hij probeerde mij altijd lid te maken van de VPRO en als reactie daar op probeerde ik hem dan aan te melden bij de EO. We hadden waardering voor elkaars mening en daardoor stond Eric ook open voor het Evangelie. Ik kreeg het in die tijd echt op mijn hart om Eric voor de Troon van Gods genade te brengen. In mijn gebed vroeg ik de Heer om een mogelijkheid om Eric het Evangelie door te mogen geven. In de Bijbel staat, dat als je iets vraagt in Jezus’ Naam, Hij dat zeker zal geven. (natuurlijk geldt dat zaken, Zijn Koninkrijk betreffende; voor een nieuwe auto kunt u beter sparen dan hopen hem zó te krijgen…)

Zo kreeg ik op een uitzonderlijk stille middag de kans om met Eric over het geloof in de Heer Jezus te spreken. Terwijl ik hem het Evangelie uitlegde bad ik vrijwel constant voor hem. (Dat k? n; bidden en spreken tegelijk!) Eric stond er inderdaad open voor; hij luisterde meer dan aandachtig. Maar aan het einde van ons gesprek zei hij: ‘Kees, ik denk wel dat het waar is wat je vertelde, maar… ik ben nog niet bereid om mijn leven te veranderen.’ Ik vertelde hem, niet te lang te wachten; God bepaalt immers de grenzen van ons bestaan. (Nog geen uur na dit gesprek knalde er een auto tegen een boom, vlak bij het raam waar wij hadden zitten praten; Eric trok wit weg. Een week later kreeg Eric zelf een zware aanrijding, wat hij gelukkig overleefde met als enig letsel een gebroken been. Hij is beslist voldoende gewaarschuwd…)

Ik denk dat de Heer mij die middag doof en blind gemaakt heeft. Want we wáren niet alleen. In een hoekje zat Bart, voor zijn doen ongewoon stil, mee te luisteren. Nadat Eric gesproken had, hoorde ik plotseling een zucht. Pas toen zag ik Bart zitten. “Wat mooi” zei hij ontroerd. “Ik ga al m’n hele leven naar de kerk en ik dacht dat ik er wel alles van wist, maar nog nooit had ik zo duidelijk begrepen waaròm Jezus moest sterven…” Terwijl ik in mijn gebed ‘bezig was’ met Eric, had de Heer Bart op het oog; die het belangrijkste wat een mens kan horen, in de kerk niet gehoord of niet goed begrepen had…

De volgende dag kwam Bart even bij me langs. “Nou eh…” zei hij stoer, “ik heb ‘et gedaan hoor, wat jij zei gisteren. Maar ik voelde niks…” Hij had blijkbaar verwacht dat er een stem uit de hemel zou komen of zo… Enkele dagen hierna kwam Bart bij me met een probleem. Hij was bij zijn vorige werkgever na een ruzie plotseling ontslagen geweest en hij had op dat moment een voorwerp (typemachine of iets dergelijks) van zijn werkgever thuis. En dat ding stond daar dus nog steeds. Hij kwam vragen wat hij daar nou mee moest doen.. Ik vroeg hem, wat hij dacht dat de Heer wilde dat hij er mee zou doen. ‘Terugbrengen’ zei hij schouderophalend. Diezelfde dag was hij er weer. “Kees, ik heb ruzie met mijn oma en ik heb haar al twee jaar niet meer gezien. Moet ik nu dan toch maar de minste zijn en haar eens opzoeken?” De Here God was opruiming aan het houden in zijn hart!

Het was niet meteen allemaal rozengeur en maneschijn. Het werd later helaas zelfs zo, dat ik de opdracht kreeg om Bart zijn ontslag aan te zeggen. We bleven vrienden; mijn vrouw en ik zijn nog vaak bij hem en zijn vrouw (en later dochtertje) langs geweest. Vlak na de geboorte van hun tweede dochtertje haalde de Heer Bart plotseling Thuis. Zijn lichaam ligt begraven in zijn geboorteplaats.

Waarom dit verhaal? Wel, in de eerste plaats vanwege de Goddelijke gedachtengang die er in zit. Als ik Bart rechtstreeks had aangesproken over het Evangelie, zou hij het verontwaardigd van de hand hebben gewezen. Hij ging immers al zijn hele leven naar de kerk! Nu, nu de Heer me iemand anders op m’n hart gaf, nu kreeg híj de kans om stilletjes mee te luisteren. In de tweede plaats vertel ik dit om u te bemoedigen. Ik heb destijds al de zegen ervaren om te mogen vernemen dat mijn getuigenis gehoord werd, hoewel het niet meteen aan hem was gericht. Misschien zijn er mensen, die door uw houding als chef, collega of buur ‘aangeraakt’ worden en waarvan u het nooit zult merken? (Tenminste: in dit leven niet..) Soms kan de Heer door ons werken op een manier, die we niet verwachten. Als wij bereid zijn om ons te laten gebruiken en als wij Hem bidden om ons in te zetten in Zijn Koninkrijk, dan doet de Heer dat. Maar misschien merkt u het niet (meteen)…

plek om te evangeliseren