Mijn vader kreeg mijn knuffel

v.l.n.r. Martin, Kees (appie), Bob en Ida (1955)

Ik kwam als vierde van de kinderen: twee broers en een zus ‘boven mij’. Je ziet me op de foto hierboven als dat peutertje dat zo niet-begrijpend in de lens kijkt. Soms denk ik wel eens dat ik niet zoveel veranderd ben: ik kijk nog steeds zo nu en dan niet-begrijpend naar de wereld om mij heen. Ik dwaal nu even af, want ik wilde een heel ander verhaal vertellen, maar dat onbegrip van mij bestaat uit de reacties die we op Christelijke weblogs zien verschijnen. Lieve mensen: als een ongelovig iemand eens terecht komt op een Christelijke weblog dan heb je grote kans dat hij/zij zich geschrokken afwendt van dat verbaal geweld waarmee Christenen tegenover elkaar hun gelijk proberen te halen. Ik word er soms moedeloos van! Het gaat over ‘Shabbath’,’ de tien geboden’,’ moeten we ons aan de wetten houden of gelden die niet meer voor ons’ enzovoort enzovoort. En welk belangrijk bericht sneeuwt in die discussies telkens weer onder? Het Evangelie van de Heer Jezus Christus.

Oké, dat ben ik even kwijt. Sorry voor de omweg! Terug naar de tijd dat ik zo lief uit mijn stuitertjes keek. De foto moet van omstreeks de tijd zijn dat ik moest worden opgenomen met ademhalingsproblemen. Uiteraard heb ik zelf hoegenaamd geen herinneringen uit die tijd, dus neemt mijn moeder het hier van me over!

Onze jongste, (Kees) was nog geen jaar oud en ernstig ziek hij had bronchitis, en was zó benauwd! Zelf lag ik voor de derde keer met een ernstige maagbloeding beneden in de kamer. Onze huisarts kwam en belde de kinderarts en hij vroeg haar om te komen. Zij kwam meteen en zag het zorgelijk in, maar wilde hem liever niet opnemen in het Ziekenhuis i.v.m. mijn situatie. Ze kwam die dag 3 x bij ons kindje kijken. Tegen mijn man zei ze: “Vanavond om 10 uur kom ik nog een keer in de hoop dat de benauwdheid dan afgenomen is, zo niet dan moet ik hem in het ziekenhuis opnemen, ik vind dat moeilijk, maar zie helaas geen andere mogelijkheid. ‘s Avonds kwam ze en zei: Ik moet mijn verantwoordelijkheid nemen, dit kan niet langer’!

Terwijl de andere kinderen sliepen, en mijn man met ons kindje meeging, bleef ik alleen en héél verdrietig achter. Ik voelde me machteloos, kon ik dan niets doen dan hem zijn knuffeltje meegeven en voor de rest alleen wachten? Natuurlijk niet, ik kon wel iets doen: bidden! Al mijn angst en verdriet bracht ik bij God, in de wetenschap dat Hij alle macht heeft in de Hemel en op de aarde! Een wonderlijke rust kwam over me, en dat niet alleen, óók de wetenschap: “Het komt goed! Maar. waarom duurde het zó lang voordat mijn man naar huis kwam?

In het ziekenhuis moest mijn man in de gang afscheid nemen want alles was al in diepe rust. Hij gaf ons kindje over in de handen van de kinderarts, die hem beloofde dat ze de andere morgen vroeg weer naar hem toe zou gaan, wij mochten om ongeveer 11 uur bellen naar haar huis, dan zou zij wel weer thuis zijn. ‘Nog één kusje, en dan los laten!’ Toen kwam er een klein handje boven de deken uit -met zijn knuffeltje-. Mijn man pakte dat ontroerd aan, en wilde het weer terug geven aan Kees, die dat echter resoluut weigerde.. ‘Zó gaf de Almachtige God Zijn eniggeboren zoon uit handen’ flitste het door zijn hoofd!… Het beertje ging dus weer mee naar huis. (mijn man moest ruim een uur lopen naar thuis, het was na 12 uur, bussen reden dus niet meer) Tijdens die tocht naar huis, kwam bij hem de gedachte op: “Zoals Kees zijn liefste knuffel aan zijn vader toevertrouwde, zó mag ik in vol vertrouwen mijn peutertje aan mijn Hemelse Vader overlaten!

Mijn man en ik, vertelden elkaar onze belevenis van die avond, en wij wisten: We krijgen hem voor de 2e keer van onze Hemelse Vader! De volgende morgen om half 10 stuurden wij onze oudste zoon naar een buurvrouw op ons pleintje, die gewend was naar dezelfde kerk te gaan als wij, met een briefje waar in wij de Predikant vroegen om met de Gemeente samen te bidden voor Kees. (Dat was, en is in onze Kerk zo de gewoonte: voordat de dienst begint, bidden voor zieken!)

Eindelijk was het 11 uur. En mijn man belde, een kind nam de telefoon op. Toen mijn man naar zijn moeder vroeg, was het antwoord: Die is niet thuis, ze is bij een ziek kindje in het ziekenhuis. Bij ons sloeg de angst weer in alle hevigheid toe.. Om 12 uur nog maar eens proberen. Toen was ze thuis, en vertelde: ‘Het gaat goed met uw kindje, maar ik begrijp er niets van. Al vroeg was ik weer bij Kees, en ik constateerde dat hij stervende was, ik bleef dus bij hem zitten want ik kon niets meer voor hem doen, ik hield de tijd in de gaten dat het voorbij zou zijn! Het was ongeveer 10 minuten over 10, dat er plotseling verandering kwam, hij ging zitten en keek om zich heen. “Een opleving vlak voor het einde dat komt vaker voor” dacht ik en wachtte het af. Maar hij speelt en lacht en zijn benauwdheid is weg! Ik begrijp het niet, maar ik constateer het wel!’

’10 minuten over 10′ zei mijn man, ‘werd er in de kerk voor hem gebeden om genezing!’

Dit is naar waarheid opgeschreven door Coby Abspoel-Hildering.

Reacties zijn gesloten.